't Melkhuisje

  • Inntel Hotels Zutphen
  • Rabobank
  • Headline Interactive

Gesponsord door:

Historie

De Hilversumsche Lawn Tennis Club ‘t Melkhuisje is een moderne, enthousiaste tennisvereniging met een zeer rijke historie. Wie herinnert zich niet de fameuze, internationale open tournooien die op ‘t Melkhuisje zijn gespeeld, waarbij Willem Duys ons van commentaar voorzag en waarin beroemde Nederlandse tennissers als Tom Okker en Betty Stove ten strijde trokken?

Historie 1895-1900

Ruim vóór 1895 werd het tennisspel in Hilversum al beoefend door de familie Blijdenstein op het landgoed “Vogelensang”. Werd hier gespeeld op cement, de Hilversumse burgemeestersfamilie Gülcher beschikte op “De Hooge Dreuvik” over twee grasbanen. Op deze courts maakten de Gooise jongelieden kennis met de nieuwe sport. Hier ook werden de plannen gesmeed voor de oprichting van een club die zich, op eigen banen, uitsluitend zal bezighouden met tennis.

Op 1 maart 1895 is het dan zover. In het huis van de van Lenneps, de tegenwoordige Sociëteit “De Unie” wordt de Hilversumsche Lawn Tennis Club geboren. Aan de wieg van de H.L.T.C. staan o.a. de familie Blijdenstein, de familie Gülcher, de familie Hanrath, C. Cruys (de eerste voorzitter), P. Louwerse, mejuffrouw A.S.E. Bouricus, Henri van Eeghen, de familie Blom-van Lennep, G.H. Titsingh, M.A. Vriesenkoop, mevrouw Langenhuizen en de jongelui van Lennep.

Op 23 december van ditzelfde jaar worden de statuten van de club koninklijk goedgekeurd.

DE BEGINPERIODE

Vanaf 1895 wordt er dus in Hilversum in verenigingsverband getennist. Nou ja, getennist….. De zon is voorlopig de belangrijkste tegenstander. Stevig ingepakt verschijnen de dames en heren op de baan. De dames tooien zich in die tijd met grote strooien hoeden, sierlijk met een lint onder de kin vastgebonden. Elk vergelijk met het hedendaagse tennis gaat eigenlijk mank. Nee, ballen en een racket zijn natuurlijk onmisbare attributen, maar daar is ook alles mee gezegd. De lengte van de baan en de hoogte van het net zijn van ondergeschikt belang. Een lijnbal wordt overgespeeld, want veelal steken de houten lijnen een centimeter boven de baan uit.

Het bestuur, het allereerste, poogt onmiddellijk de beide banen aan de Bussumergrintweg achter de uitspanning ’t Melkhuisje, die zij het afgelopen seizoen had gehuurd, aan te kopen. Dat men het over de prijs niet al te snel eens wordt, blijkt uit het antwoord van de secretaris C. van Eeghen op een aan het bestuur gedaan bod: “De courts met omheining zoals die nu zijn, zijn zo goed als niets waard. De omheining valt, doordien de palen door ouderdom vergaan zijn, reeds nú inéén. De courts zijn destijds niet goed gemaakt, zodat zij voortdurend stuk gaan en wij moeten beginnen ze geheel op te breken en te hernieuwen”. De heer van Eeghen, van beroep “koopman”, onderhandelt samen met penningmeester P. Uyt den Boogaard, eveneens “koopman”, over het stuk grond met de tennisbanen. Na veel heen en weer bieden wordt dan uiteindelijk de H.L.T.C. eigenaar van twee banen en medegebruiker van … een pomp!

De twee banen zijn van asfalt, gras wil op het Hilversumse zand niet gedijen onder zoveel voeten, en ook cement wordt afgekeurd. De ondergrond dus van asfalt en de lijnen, die een centimeter boven de baan uitsteken, van hout.

In deze eerste jaren hanteert C. Cruys de voorzittershamer, terwijl P. Uyt den Boogaard de penningen beheert. Om de verdere uitbouw van de club te financieren, wordt in 1897 nog eens vijftienhonderd gulden geleend, die in de jaren 1898 t/m 1901 versneld worden afgelost. Waarom (en waarvan) staat niet vermeld.

Historie 1900-1910

De eerste jaren van het bestaan van de H.L.T.C. schijnen uitsluitend gewijd te zijn aan genoeglijk onderling spel. De problemen, waarmee het bestuur wordt geconfronteerd, zijn dan ook gering. In de ledenvergadering van 1902 wordt de “ballenkwestie” aan de orde gesteld. Het bestuur zegt toe, dat “alle volwassen leden op alle velden (sinds 1897 beschikt de vereniging over vier banen) dezelfde kwaliteit ballen zullen krijgen, terwijl aan junioren gebruikte ballen zullen worden uitgedeeld”. In diezelfde vergadering erkent het bestuur zijn onmacht om voldoende ballenjongens aan te trekken en geeft elk lid de raad zelf maar ballenjongens te huren.

In 1903 worden voor de onderlinge clubwedstrijden vier dagen uitgetrokken, terwijl men een week reserve heeft gepland. Die goeie, ouwe, rustige tijd!! Toch steken ook bekend klinkende problemen reeds de kop op: wanbetalers zullen worden bekend gemaakt en geschorst (penningmeesters hebben het dus altijd al moeilijk gehad om de centjes binnen te krijgen); juniorleden spelen tot grote ergernis van de ouderen op het “beste court”. Er wordt daarom besloten een afschrijfsysteem in te voeren, waarvoor vier leien worden aangeschaft.

De penningmeester klaagt in de Algemene Ledenvergadering van 16 mei 1903 over het slechte betalen van de leden.De A.L.V. neemt daarop een motie aan luidende: “De Algemeene Vergadering draagt het bestuur op door schorsing en bekendmaking van de wanbetalers, zoo nodig ook door beboeten, krachtig op te treden, in het belang van de clubfinanciën, de datums dier straffen overlatende aan het bestuur!”

In de rondvraag van diezelfde A.L.V. wordt door de heer Van Heek de volgende vraag gesteld: “Is het mogelijk dat er, om de sfeer in de club enigszins te veraangenamen, op de middagen en avonden thee met cake en wellicht ook bowl geserveerd wordt?” Het antwoord op deze vraag is nergens te vinden. Het zal dan ook wel niet zijn doorgegaan!

De H.L.T.C. krijgt de naam een dure club te zijn; een voorstel voor heffing van entreegeld wordt door de Algemene Leden Vergadering van 13 mei 1905 niet aangenomen, “daar het blijkt, dat er in Hilversum reeds diverse goedkopere clubs zijn”. Diezelfde ledenvergadering ziet zich gedwongen te besluiten tot het instellen van een ordecommissie uit juniorleden, die “het bestuur zal bijstaan bij de handhaving der goede orde”. Ook wordt een ordereglement uitgevaardigd, waarbij “in ‘t bijzonder het wegmaken van ballen en het spelen met hakken zal worden beboet”. Lid van de juniorcommissie is o.a.”Bom” Everts, die later haar organisatorische werk zal opgeven om een schitterende tennisloopbaan op te bouwen. Maar dat is u ongetwijfeld bekend. Ook wordt er in dit jaar 1905 een boete in het vooruitzicht gesteld aan hen, die op “schoenen met hak” de tennissport beoefenen.

In deze periode organiseerde de H.L.T.C. al zijn eerste “internationale” toernooien. Er is weinig over bekend. De geschiedenis vermeldt slechts dat er geen enkele buitenlander inschrijft.

Zijn er in deze jaren weinig organisatorische moeilijkheden, wel ontstaan de eerste échte financiële problemen. Om een gat in de begroting te dichten wordt het buitenlidmaatschap van F. 5,= op F. 7,50 gebracht, hetgeen grote beroering in de vergadering teweeg brengt. Een voorstel om groundsman Dorus door een pensioenverzekering een zorgeloze oude dag te garanderen wordt afgestemd. Wél wordt de goede man op kosten van de club in het Hilversumsche Ziekenfonds opgenomen. Ook laat men een lijst onder de leden circuleren om de groundsman een weekgeld van F. 2,50 te kunnen waarborgen.

Het gebrek aan financiën staat ook de vooruitgang in de weg. De opkomst van de gravelbanen doet namelijk de vraag rijzen of onze banen niet van dit nieuwe materiaal moeten worden voorzien. De asfaltbanen blijken geen aantrekkingskracht meer uit te oefenen op sterke spelers bij de “nationale matches”. Men komt niet verder dan het instellen van een studiecommissie. Zoals ook heden ten dage zo vaak gebeurt. Toch gebeurt er wel iets: het clubgebouwtje wordt opgeknapt en in de clubkleuren geschilderd.

De jeugd blijkt een probleem van alle tijden te zijn. Op een vergadering in 1908 worden over “de bandeloosheid en weinigen eerbied voor ballen, netten en ander clubmateriaal wederom de gewone klachten te berde gebracht”. Hoe onbetekenend de problemen in deze tijd toch eigenlijk zijn blijkt heel duidelijk uit de woorden van secretaris Jhr. Jan Feith in het jaarverslag van 1906:”Evenals vorige jaren zijn deze gebeurtenissen van een onbelangrijkheid, waarover het nageslacht zich slechts verheugen zal, aangezien: hoe minder schokkende gebeurtenissen, hoe rustiger bloei”.

Bij de overdracht van het penningmeesterschap in 1908 schrijft de heer Zeverijn in een notitie aan zijn opvolger, de heer A. v.d. Wall Bake, o.a. het volgende: “Het totaal van de geldleening bedroeg begin 1902 F. 5.625,=. Hierop werd afgelost: 1902: Bouricius F. 500,= en 1904: Blom F. 100,=, zoodat er resteert de somma van F. 5.025,=”. Hij geeft ook nog een overzicht van de in de jaren daarvoor verschuldigde en betaalde rente, waaruit blijkt dat er F. 275,= achterstallig is wegens “niet gereclameerde rente”. De o.a. genoemde crediteuren zijn derhalve: niet geïnde coupons F. 275,= en een restant van een rekening van de firma Boonacker F. 282,= ”en een halve cent”!

Op 15 juni 1909 wordt er een buitengewone Algemene Ledenvergadering bijeengeroepen. Er moeten deze avond beslissingen genomen worden over de aankoop van een stuk grond ter grootte van 325 vierkante meter à F. 2,= per vierkante meter. Aan de hand van tekeningen wordt een uitleg gegeven. Wanneer dit stuk grond in eigendom is verkregen, moet het worden afgegraven en zal er een proefveld worden aangelegd. Als dit voldoet kunnen er nog twee definitieve banen worden aangelegd (de huidige banen 4 en 5?) en kan er een nieuw clubhuis worden gebouwd. Op de vraag uit de vergadering wat dit allemaal moet gaan kosten wordt door de penningmeester geantwoord: “Bouw nieuw clubhuis wordt begroot op F. 3.200,=, de aankoop van de grond en de aanleg van de 4 gravelbanen + het hekwerk zal ongeveer F. 2.700,= gaan kosten”. De volgende vraag wordt gesteld: “hoe komen wij aan dit geld?” Hierop antwoordt de penningmeester: “Via een obligatielening”.

Historie 1910-1920

De vooruitgang is niet tegen te houden. Er zal gravel komen. Om de plannen te realiseren worden er in 1910 inderdaad wederom obligaties van F. 500,= uitgegeven met een totale waarde van F. 5.000,= die tevens moeten dienen om de bouw van een nieuw clubhuis mogelijk te maken. In de voorjaarsvergadering van 1911 deelt voorzitter Feith vol trots mee, dat de H.L.T.C.in het komende seizoen beter geoutilleerd zal zijn dan ooit tevoren: vier gravelbanen en een cementbaan rond een nieuw clubhuis. De kosten van dit nieuwe “home” bedragen F. 3.200,= in die tijd een heel bedrag. Het bestuur is niet meer te stuiten; onmiddellijk doet het een voorstel tot het aanleggen van een douche-installatie en trekt daar F. 150,= voor uit.

In 1914 verschijnt in een toeristen-gidsje de volgende advertentie:

HOTEL-PENSION vanouds “Het Melkhuisje” Annex Badinrichting.
Gelegen aan de Bussumergrintweg vlak bij het Spanderswoud. In de onmiddelijke nabijheid van de heide, den schoonen Trompenberg met zijne heerlijke wandelwegen en fraaie villaparken en bij de Hilversumsche Lawn Tennisbanen. – Lommerrijke Speeltuin, eenig zitje. Diners vanaf f. 1,-. Aanbevelend B.B. van IPEREN. Telefoon Intercommunaal 372

Zo, nu weten wij waaraan de Hilversumsche Lawn Tennis Club haar naam te danken heeft. Aan dit Hotel-Pension, annex badinrichting, annex uitspanning.

Aan de laatste cementbaan wordt in 1914 een graveloppervlak gegeven. De heer W. Pont Jr. schenkt in dit jaar aan de H.L.T.C. een stuk grond ter breedte van 1,70 m.(over de lengte wordt niet gesproken). Om een en ander te financieren wordt er nogmaals een “geldleening groot F. 2.000,= uitgegeven, “verdeeld in 8 obligaties à F. 250,=, rentende 4 pct ’s jaars”, waarvoor twee Algemene Ledenvergaderingen nodig zijn om toestemming van de leden te verkrijgen (27 maart en 20 mei 1914).

Voor beginnelingen en de “warming-up” wordt een “oefenveld met schutting” aangelegd. Deze rechte muur heeft er tot in 1960 gestaan. In dat jaar verrijst het wetenschappelijk verantwoorde, licht gebogen oefenmuurtje van Ir.N.(Naud) Cramwinkel. Dat op zijn beurt weer moest verdwijnen bij de verbouw van het clubhuis in 1984 en er op die plaats een squashbaantje werd aangelegd. De Eerste Wereldoorlog heeft weinig invloed op het clubleven. In de notulen wordt er met geen woord over gerept. Het kanongebulder is ook zover weg. Wel maakt men van de prijsdalingen gebruik om de banen 1, 2 en 3 te verlengen en te verbreden.

Sportief gezien zijn het voor de H.L.T.C. goede jaren. In 1915 kan de vlag in top: het eerste team is kampioen van Nederland. Men zal in de feestvreugde niet vermoed hebben dat het tot en met 1994 de enige keer zijn. Wel vindt men in de archieven klachten over “het inconveniënt der surrogaatballen”. Door de blokkade is de invoer van tennisballen uit Engeland niet meer mogelijk. Er wordt melding gemaakt dat verschillende Nederlandse firma’s zich gaan bezighouden met het vervaardigen van tennisballen. Vredestein brengt als noodoplossing een onbehaarde tennisbal op de markt, “Balwina” geheten. Een grapje van Vredestein. Ter opluistering van de nationale kampioenschappen van 1917 had namelijk een aantal H.L.T.C.-ers een tennisrevue geschreven, die de schone naam “Balwina” meekreeg, met als ondertitel “De dochter van de tennisballenfabricant”. Vandaar! De firma Mierens uit Haarlem produceert zelfs zwarte tennisballen.

De gezelligheid laat echter, vooral onder de senioren, te wensen over, en dat, terwijl men juist een buffet heeft laten installeren. De jeugd blijft zich minder “gepast” gedragen en wordt zelfs op bepaalde uren van het gebruik van de banen uitgesloten. Als oorzaak van het gebrek aan “goede toon” bij de jeugd ziet men de onvoldoende leiding. Men heeft echter een probaat middel gevonden om de jonge H.L.T.C.-ers wat discipline bij te brengen. Althans dat denkt men. Een geïnterneerde Engels militair, Pincton Warlow, wordt als trainer aangesteld tegen een wedde van F.125,= per maand. De senioren zullen à raison van vijfentwintig cents per half uur eveneens les van hem kunnen krijgen. Het wordt een compleet fiasco: de man komt, traint en….wordt ziek.

De Algemene Leden Vergadering van 23 oktober 1919 gaat akkoord met het uitgeven van een “Obligatieleening groot F. 20.000,==, verdeeld in 10 Obligaties à F. 1.000,= en 20 Obligaties à F. 500,=, rentende 5 %, ter bekostiging van de uitbreiding van het tennispark.

Historie 1920-1930

Het park bereikt in 1920 de huidige oppervlakte. De heer William Pont Jr. schenkt een stuk grond, waar baan 6 zal komen. Naar later zal blijken, een legendarisch stukje grond. Het clubhuis wordt uitgebreid en krijgt de gedaante, zoals wij het hebben gekend, voordat het in 1964 o.l.v. mevrouw Herma Scholze-van Rugge geheel wordt gerestaureerd en uitgebreid.
De opening van het seizoen 1920 gaat met enige plechtigheid gepaard. Het Centercourt is gereed en moet dus ingewijd worden. Het bestuur nodigt dan ook “eenige officiële personen” uit middels “smakelijk uitziende invitatiekaarten”. Als iedereen Goede Vrijdag 12 april 1920 staat aangetreden, wordt aan de heer Pont, schenker van het terrein, het erelidmaatschap aangeboden.

In 1921 wordt afscheid genomen van voorzitter Jhr. Jan Feith, die vijftien jaar lang bestuursfuncties heeft bekleed en die men dan ook met lede ogen ziet vertrekken. Hem wordt het erelidmaatschap verleend. Op de ledenvergadering, waar de scheidende voorzitter de hamer overdraagt aan de heer F.K.J.Beukema, verschijnen niet minder dan tweeëntwintig leden, een absoluut record in die dagen. Na afloop van deze ledenvergadering besluit men de avond met…een dansje, onder pianobegeleiding van één van de leden.

Nog steeds wordt op de banen van de H.L.T.C. om de nationale tennistitels gestreden. Dit jaar wordt de uitspanning “Het Melkhuisje” afgebroken. Eerste pogingen worden ondernomen om “internationaal te gaan”: er zijn contacten met de Franse en Duitse Tennis Bond om tot een uitwisseling met een club te komen, hoewel men reeds een vijftal jaren van “internationale matches” spreekt, terwijl er geen buitenlander ooit aan meegedaan heeft.

In het verslag van de Algemene Ledenvergadering van 1923 lezen wij wat er voortaan onder “gewone leden” moet worden verstaan: “Alle inwoners van ‘t Gooi (Bussum, Naarden, Laren, Blaricum, Loosdrecht en ’s-Graveland) betalen voortaan de volle contributie!

De club blijft de komende jaren in financiële zorgen, getuige een brief van o.a. F.M.Delfos (die met o.a.de heer Titsingh door het bestuur is benaderd om de club uit de financiële moeilijkheden te helpen) aan de Obligatiehouders. Zij schrijven: “Ondergeteekenden kunnen, na grondige bestudeering van den toestand, met gerustheid de in de bijgaande circulaire uiteengezette regeling aanbevelen. Zij achten het voorstel het beste wat aan de geldgevers, met het oog op de toekomstige aflossing van de schuld, kan worden aangeboden en zij zijn tevens van oordeel, dat daarmede aan het voortbestaan en aan den herbloei van de Hilversumsche Lawn Tennis Club de grootst mogelijke kans wordt gegeven.”

Ondanks dat is het toch ook nog wel gezellig op de club, getuige de herinnering van de heer J.J.M.(Jan) v.d.Hagen: “In de tijd 1925 / 1926 waren vele jongere leden tevens lid van de hockeyclub en wij speelden in de winter in de hockeycompetitie. Als wij (in de leeftijd van 20 – 25 jaar), zondags na de wedstrijd zin hadden in een drankje gingen wij naar het clubhuis van ‘t Melkhuisje, waar Gijs van Harskamp de kachel had aangemaakt en voor een gezellige sfeer zorgde. Wij zaten daar dan tot zo ongeveer 10 uur ‘s avonds gezellig na te kletsen over de wedstrijden, die wij die dag hadden gespeeld. Het was er altijd aardig vol. Onze ouders waren het er niet altijd mee eens, want soms zaten zij op ons te wachten met eten.”

Een aardig beeld van de Nederlandse Kampioenschappen in die dagen geeft een krantenverslag uit 1927: “Groote gevechten, die in herinnering blijven leven, zijn er nog niet. Komen nog niet in zicht ook. Het is een kalm toernooi, waarin nu en dan een verrassing een schokje geeft. Zulks een verrassing was de overwinning in het gemengd dubbel van mejuffrouw Hulshoff en G.Rard op Mevrouw Bach (een speelster met jaren routine, eens kampioene) en Mr. M.Sigmond. Zelden hebben wij een paar goede spelers gezien, die zoo van slag waren als deze twee. En ‘t eigenaardigste was, dat zij één set, de middelste, goed speelden, die met 6-1 wonnen en toen ineens weer tot knoeien en missen vervielen”. Tot zover het krantenverslag.

Niet onvermeld mag blijven, nu wij haar naam toch zijn tegengekomen, dat Nolly Hulshoff-Pol al in 1926 deel uitmaakte van het H.L.T.C.-bestuur (met onderbrekingen tot 1960). Althans naar eigen zeggen, want deze periode is arm aan gegevens, zodat wij er niet helemaal zeker van zijn. Hier ontbreken plotseling de gegevens over zeven jaar H.L.T.C.; geen stoffige documenten, notulen of jaarverslagen. Waar zijn die gebleven? Ooggetuigen spreken van een goede tijd: feesten heeft men nog niet verleerd en het is altijd mooi weer; Tine Groenewegen en Nolly Hulshoff-Pol zijn eeuwige rivalen bij de strijd om de meisjestitel; Knottenbelt is de crack van de club. Toch is niet alles volmaakt: er vormen zich kliekjes en de H.L.T.C. is bepaald geen eldorado voor geleide jeugdsport. De jongeren hangen er – tenzij zij heel goed zijn – een beetje bij. Kennelijk zijn er heel véél “heel goede” jeugdspelers, want in een verslag van een vergadering lezen wij desondanks: “Juniorleden zullen voorlopig niet meer worden toegelaten”, met andere woorden een ledenstop voor juniorleden.

Tegen 1930 neemt het enthousiasme onder de senioren wat af. Voor de lessen van een vaste trainer is geen animo meer. Daarom wordt besloten een tenniskanon van Lacoste aan te schaffen. Ook hiervoor is de belangstelling gering. Binnen de H.L.T.C. is een algemene malaise merkbaar. Zeer illustratief is de opkomst voor de Algemene Leden Vergadering in 1930. Wij vinden in de notulen: “Aanwezig, behalve het bestuur, de heer Dr. A.Smith”.

Toch nog een lichtpuntje: Jeugdkampioenen van Nederland. Enkele H.L.T.C.-succesjes uit deze jaren mogen niet in de vergetelheid raken. Tine Groenewegen, Knottenbelt en Jasper Boon worden jeugdkampioen van Nederland! Alle drie dringen zij door tot de Nederlandse ranglijst.

Historie 1930-1940

Malaise, werkeloosheid en geldontwaarding grijpen in de jaren ‘30 om zich heen. Ook met de H.L.T.C. gaat het niet al te best. De onderhoudskosten zijn bijna niet meer op te brengen. Met het innen van de contributie heeft de penningmeester de grootste moeite. In zijn jaarverslag over 1931 zegt de secretaris:”Bedroevend is het om te zien, dat er nog altijd lieden zijn die de schande van royement riskeren vóór dat zij aan hunne verplichtingen voldoen”. Om weer wat leven in de brouwerij te brengen wordt de “Ladder” ingesteld. Veel effect heeft het allemaal niet: op de Algemene Leden Vergadering 1934 is één bestuurslid aanwezig om twee leden in te lichten omtrent de stand van zaken. Het ledental slinkt danig: begin 1934 zijn het er nog maar 97, hetgeen ook blijkt uit het verslag van de A.L.V. van 12 februari 1934: De heer C. van Doorn is het enige bestuurslid dat ter vergadering aanwezig is, verder zijn er nog twee leden. De heer Hagen komt “iets later”.
De financiële nood stijgt. De notulen van de Algemene Leden Vergadering 1935: “Door een uiterst zuinig beheer konden wij in 1935 nog met een klein batig saldo beginnen. Om ook dit jaar weer uit te komen zullen wij wederom grote zuinigheid moeten betrachten en heeft het bestuur met het oog op het kleine aantal leden de banen 4 en 5 op vrij gunstige condities inclusief onderhoud verhuurd aan Jopie van Harskamp”. Maar het zou nog erger worden!

Donderdag 12 september 1935 is beslissend voor het voortbestaan van de H.L.T.C. Op die dag wordt een Bijzondere Algemene Leden Vergadering gehouden met als belangrijkste agendapunten: “Bespreking ongunstige financiële positie der vereeniging” en “Ontslagindiening door het geheele bestuur”. Het staat vast dat er in 1936 geen geld meer in kas zal zijn. De H.L.T.C. wankelt. Op de vergadering worden geluiden gehoord, die “onaangenaam rieken naar het ontbinden van de club”; voortzetting van de vereniging met de overgebleven leden (enkele tientallen) lijkt een hopeloze zaak. De toenmalige secretaris / penningmeester, P.H.J.G. Jonckheer, concludeert dat ontbinden eigenlijk de “eenige mogelijke oplossing der Vereeniging” is. De aantrekkingskracht van hockey, golf en zeilen wordt met de dag groter, zodat de leden bij bosjes bedanken en de contributieinkomsten steeds geringer worden, terwijl de kosten gelijk blijven. Het zittende bestuur wenst de verantwoordelijkheid niet langer te dragen en dient zijn ontslag in. Als ter vergadering geen nieuw bestuur zal worden gevonden, zal zo spoedig mogelijk een liquidatie-vergadering worden uitgeschreven.

Als de nood het hoogst is …
Wij citeren uit de notulen van deze historische vergadering: ” De heer Nagel, als eerste woordvoerder, deelt mede, dat hij deel uitmaakt van een groep leden, die eenige dagen tevoren bijeengekomen zijn ter bespreking van de te nemen maatregelen, die tot voortzetting der vereeniging kunnen leiden. Van deze groep maken o.a. deel uit Mevrouw Hillen-de Jong, Mevrouw Lekkerkerk-de Jong en de Heeren W.J.H. Bungenberg de Jong, G.W. van Stapele, J.L. Sträter, W.H. Nagel en P.J. Versluis. Om 20.45 uur komt de heer Versluis ter vergadering; hij wordt door den Voorzitter in het kort ingelicht over de inmiddels plaats gehad hebbende bespreking. De heer Versluis, vooruitlopende op punt 4 der agenda, bevestigt, dat een groep leden onderling overeengekomen is gezamenlijk de verantwoordelijkheid verder te dragen, indien dit bestuur tot aftreden besluit. Vervolgens worden door den Heer Versluis de onderstaande candidaten gesteld: Mevrouw Lekkerkerk-de Jong, De Heeren W.H. Nagel, J.L. Sträter, G.W. van Stapele en P.J .Versluis. Op voorstel van den Voorzitter worden de vijf bovengenoemde leden bij acclamatie tot lid van het bestuur gekozen”. De H.L.T.C. is gered!

Voorzitter Versluis en zijn medestrijders slagen er zowaar in door het maken van propaganda en het organiseren van interne evenementen de H.L.T.C. nieuw leven in te blazen. Maar de financiën blijven een groot probleem. Toch wordt er veel bereikt: aan de banen worden weer reparaties verricht, er zijn veel wedstrijden en in 1939 neemt de H.L.T.C. met zeven teams deel aan de competitie.

Wij komen in notulen van een bestuursvergadering de volgende zinsnede tegen: “Om ‘onjuist gebruik’ van de ballen te voorkomen zal de penningmeester de voorraad ballen (F. 5,= per dozijn inkoop) thuis bewaren. De groundsman moet ze bij hem halen tegen inlevering van een gelijk aantal oude ballen én de benoodigde, door de leden geteekende, bonnen”. Ook wordt er een bord aangeschaft voor het afschrijven van de banen.
In deze periode valt ook de huldiging van groundsman Gijs van Harskamp, die vijfentwintig jaar bij de H.L.T.C. in dienst is geweest. Jhr. Jan Feith laat zijn belangstelling blijken door het zenden van een door hem zelf getekende oorkonde, die jaren ons clubhuis heeft gesierd. In 1939 gaat Gijs van Harskamp met pensioen.

Historie 1940-1945

Ondertussen is de Tweede Wereldoorlog uitgebroken. Op de Algemene Leden Vergadering van 1940 wordt nog rustig gepraat over de begroting en de contributie, alsof er niets aan de hand is. In mei vallen de Duitsers ons land binnen. Toch hebben de oorlogsomstandigheden geen ongunstige invloed op het clubleven. In tegendeel! Veel ander amusement dan sport is er eigenlijk niet. Zo beleeft de H.L.T.C. een onverwachte bloei met batige saldi en goedbezette toernooien, die al vanaf 1935 worden georganiseerd. Natuurlijk zijn er ook ongemakken: er ontstaat gebrek aan rackets, ballen, tennisschoenen en noem maar op. Men gaat er zelfs toe over om ballen, die kaal en slap zijn, opnieuw op spanning te laten brengen en te coveren. Uit de notulen van de bestuursvergadering van 7 februari 1941:” In verband met de onzekere tijdsomstandigheden zal geen begrooting kunnen worden opgemaakt”.

Over de verdere lotgevallen van de H.L.T.C. in de oorlogsjaren laten wij wijlen Jan Versluis aan het woord: “Het jaar 1941 werd het bestuur ontboden bij den Orts-Kommandant, welke een aantal banen vorderde voor bespeling door leden van de Duitsche Wehrmacht. Wij gingen er heen met wijlen Wim Nagel (secretaris), Joop Sträter (penningmeester) en ondergeteekende. Het was in dien tijd nog niet zo gevaarlijk als enkele jaren later, want ik kan U de verzekering geven, dat ik 3 jaar later stellig niet naar den Orts-Kommandant zou zijn gegaan, als ik daar zou zijn ontboden. Enfin, wij bedongen een uitermate hooge huur en dat lukte. Men vroeg ons, wat de beste banen waren en wij zeiden, dat zij die zelf wel konden uitzoeken: zij kozen de banen 4 en 5, waarover wij natuurlijk wel een binnenpretje hadden.
Een jaar later werd ik weer ontboden bij den Orts-Kommandant, welke mij verweet dat zijn grijze muizen (zoo werden toen de Duitsche meisjes in Wehrmachtsdienst genoemd vanwege hun grijze uniformen) uitgelachen werden door onze leden en dat blijkbaar onze leden niet met de Duitsche soldaten wilden spelen. In Augustus van datzelfde jaar 1942 werd ik op een ochtend opgebeld door de groundsman, die zeide, dat er plotseling veel Duitsche militairen op onze banen verschenen waren, om de zaak om te ploegen. Ik toog er direct heen en zag ze bezig: de Duitschers kwamen met karrevrachten dennetjes en sparren en plantten de geheele baan vol. Het was n.l. gebleken dat onze banen een goed oriënteeringspunt vormden voor vliegtuigen. Dichtbij zat Generaal Blaskowitz. En daarom moest de geheele zaak gecamoufleerd worden”.

Na de bebossing van onze banen vindt de club onderdak op de twee banen van de familie Perk aan de Albertus Perkstraat en op het terrein van Hoogerheide. Na 1943 wordt niet meer aan de competitie deelgenomen. Er vinden op de in voorgaande jaren uitgegeven obligaties toch nog wel uitkeringen plaats, waarvan wij het bewijs vonden in de vorm van een korte notitie van de de voorzitter van de K.N.L.T.B., H. Hoyte Veder aan de heer J.L. Sträter, secretaris van de H.L.T.C., waarin hij vraagt of er op de coupon no.5 een uitkering zal plaatsvinden en zo ja, tot welk bedrag. In het antwoord aan “Den Heere H. Hoyte Veder” lezen wij “dat het in het voornemen van het bestuur ligt om binnenkort op de obligaties 2,5 % rente uit te keeren”.

Een opmerking van de secretaris in zijn jaarverslag over 1945 moet zeker voor het nageslacht bewaard blijven: “Bij de aanvang van het tennisseizoen 1945 was het opmerkelijk dat de ‘kapslag’ bij uitnemendheid werd beoefend; zoo zeer zelfs, dat forehand- en backhanddrive, om maar niet van de lob te spreken, totaal werden verwaarloosd. Bij gebrek aan tennisballen werd de kapslag met behulp van een bijl op alle mogelijke en onmogelijke stukken hout (o.a. op onze houten tribunes) uitgeoefend, hoofdzakelijk met het doel het kacheltje brandende te houden”.

Historie 1945-1950

Op 5 mei 1945 is ons gehele land bevrijd. Langzaam maar zeker komt alles weer op gang. Met wat moeite kunnen vele leden ergens een racket en een paar tennisschoenen vandaan halen. Ons park en clubhuis zijn echter de oorlog niet ongeschonden doorgekomen. Wij laten de heer Versluis even de situatie schetsen: “De ruiten van het clubhuis waren allen kapot, de deuren hingen uit hun hengsels, de plafonds waren à jour gewerkt, de omrastering hing er in flarden bij en wat eigenlijk het ergste was, de mooie rustige achtergrond van de banen bestaande uit het naald- en loofhout, was angstig gedund, verdwenen als het was in de kachels van wie het ingepikt had.” Grote reparaties zijn dus noodzakelijk, waardoor de contributie met tien gulden verhoogd moet worden. Gelukkig zijn de banen niet onherstelbaar beschadigd en na een fikse opknapbeurt zijn ze weer bespeelbaar.

Het clubleven komt maar moeizaam weer op gang. Volgens Jan Versluis is 1946 een slecht jaar. Het aantal leden en het enthousiasme laten nog heel wat te wensen over. Maar Naud Cramwinkel weet een manier om de leden van de club meer met elkaar te verbinden en te stimuleren: EEN CLUBBLAD.

In 1947 gaat het allemaal wat beter: het eerste en tweede team boeken goede resultaten en het ledental stijgt tot bijna 200. Tegenwoordig schommelt dit rond de vijfhonderd.

De financiële situatie blijft echter zorgelijk: in 1946 kan een schuld van bijna vierduizend gulden slechts ten dele worden afgelost met de opbrengst van een bedelbrief. Uit de notulen van de bestuursvergadering van 30 oktober 1947 citeren wij:”Na enkele mogelijkheden besproken te hebben wordt besloten een pakkende bedelbrief op te stellen en deze brief al onze leden, oud-leden en vrienden te zenden. De voorzitter denkt op deze manier nog heel wat gelden zonder verplichtingen onzerzijds te verkrijgen. De penningmeester ziet de
toestand somberder in”.

In deze jaren ziet ons clubblad het levenslicht. Voorlopig zijn het losse velletjes, die mededelingen van de secretaris bevatten over de competitieresultaten en de contributie. Het toenmalige “Nieuws van het Melkhuisje” is door inzet van vele redacteuren immer in stand gehouden en ook het huidige “Melkhuisje” (of, zoals sommigen zeggen: ’t Melkblaadje) is een, eigenlijk niet meer weg te denken, levenskrachtig, prachtig uitgevoerd blad.

Ondanks het krap bij kas zitten van de club wordt er in 1948 informatie ingewonnen om baan 6 van verlichting te voorzien. De benodigde materialen voor deze verlichting worden door Philips geoffreerd voor een totaalbedrag van F. 1.300,= exclusief de masten of spandraden. De lampen dienen op een hoogte van 7 meter te worden aangebracht. Het project gaat dus niet door!

Hoe krap bij kas wij zijn blijkt uit het clubblad van 31 januari 1949: “Het was hoog nodig, dat er iets gedaan werd om definitief in puin vallen van ons clubhuis te verhinderen.Het hoogst nodige heeft de clubkas moeten dragen, n.l. het geheel van buiten opschilderen van het huisje: als U na 1 maart het terrein betreedt zult U de resultaten hiervan zien. Maar daarmee is het einde van onze kas bereikt, er is geen cent meer beschikbaar voor verder herstel …..”.

In 1949 viert de K.N.L.T.B. zijn vijftigjarig bestaan. Aan de H.L.T.C.-vertegenwoordigers bij de festiviteiten wordt de Gouden Bondsvlag uitgereikt, ten teken van het feit, dat de H.L.T.C. ouder is dan de Bond. Wie na de oorlog aan de levenskansen van de club mag hebben getwijfeld leert uit het volgende feit wel beter: het recordledental van 340 wijst in een andere richting.

Historie 1950-1960

Het klinkt onwaarschijnlijk, maar tot 1951 heeft de oude, hoogst aantrekkelijke ballenregeling (gratis ballen voor ieder lid, junior zowel als senior) het uitgehouden. Met de steeds stijgende prijzen wordt het echter te gek. De senioren zullen deze onmisbare attributen zelf moeten gaan kopen. Bij de groundsman zijn drie Rupax-ballen verkrijgbaar voor F.4,50. Er is geen gebrek aan gezelligheid: autorally’s (van Hilverheide), vossenjachten, wandeltochten, bridgedrives, muziekavonden en … in de Kersttijd, kienavonden onder leiding van oud-bondsadministrateur Daan Nieman.

Een omslag voor het inmiddels in kwaliteit en omvang sterk verbeterde clubblad wordt regelmatig aangekondigd en even regelmatig maar weer uitgesteld.
Een afschrijfsysteem voor de banen wordt ingevoerd, onder meer om de vorming van kliekjes in de club te voorkomen. Het systeem, waarvan wij in de jaren na de eeuwwisseling al een voorloper hebben gezien, werkt goed en bestaat tot de dag van vandaag.

Het zestigjarig bestaan nadert (1955) en dat moet natuurlijk gevierd worden. Ter voorbereiding van een van de grootste festiviteiten, die de vereniging ooit heeft gekend, worden eind 1954 een aantal commissies in het leven geroepen. Wij noemen U:
”Lustrumcommissie”: Hierin hebben zitting Ir.L. Kuiper (voorzitter), Mw. N. Ham-Zijderlaan, Ir. A.F. Kremer, J.L. Lensing, P. Philippo, H.W.G. Ras Jr., J.J.N. Scholze, H.E. Toet en P.J.Versluis.
”Feestavondcommissie”: Hierin hebben zitting P. Philippo (voorzitter), Ir. L. Kuiper, F.E.L. Doucet, Mej. H.H. Herfkens, Mw. I. Philippo, H.W.G. Ras Jr., J.J.N. Scholze, Mw. H. Scholze-v.Ruggen, I. v.d. Spoel, H.J. Venema en Mw. W.J. Versluis-’t Hart.
”Receptie-en dinercommissie”: Hierin hebben zitting Ir. L. Kuiper (voorzitter), F.E.L. Doucet, W.W.G. Ras, J.J.N. Scholze, Mw. Scholze-v.Ruggen en Mw. C.C.J. Toet-Grunloh.
”Commissie Jeugd”: Hierin hebben zitting Mw. N. Ham-Zijderlaan (voorzitter),
Ir. A. Cramwinkel, F.E.L. Doucet, I.v.d. Spoel en Mw. L. v.d. Harst.
”Commissie banencomplex”: Hierin hebben zitting Ir. A. Kremer (voorzitter), Ir. A. Cramwinkel, J.L. Lensing, K.O. van Meurs, J.J.N. Scholze en P.J. Versluis.
En last but not least de”Toernooicommissie”: Hierin hebben zitting: H.E. Toet (voorzitter), B.C.W. Koers (bondsgedelegeerde), Ir. A. Cramwinkel, Mej. A. Hulshoff Pol, Drs. W.H. Nagel, P.J. Versluis en Mej. A. Walkate.

Het resultaat mag er zijn. Oudejaarsavond en receptie zijn uiteraard áf, maar speciaal de feestavond met de revue “Tennis Holiday”, een fantasie over het leven van een tenniscrack (waarin o.a. Harre Jeroen Venema, Mien Versluis, Henk Toet, Tootje Toet en Herma Scholze een glansrol vertolken) en het bal in buitengewoon mooi versierde zalen, zullen hun weerga niet snel vinden.
Ook voor de junioren wordt gezorgd; na lange tijd wordt er weer gestreden om de “Mohrbeker”. Leimonias gaat ermee naar huis.

Het Melkhuisje-toernooi begint naam en faam te krijgen. Wij citeren de secretaris in zijn jaarverslag over 1957:”Een hoogtepunt in het afgelopen jaar was ons Internationale Open Toernooi, begunstigd door ideaal tennisweer (dat later wel eens anders is, daarover kunnen Piet van Eijsden en Hans Back ook meespreken), dat een buitenlandse inschrijving had als nooit tevoren, niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief. Ons toernooi heeft niet alleen in den lande een uitstekende naam gekregen, maar ook daar buiten. Het is echter wel zaak, dat wij ons eens gaan beraden, hoe wij ons de organisatie van dit toernooi in de toekomst denken, waarbij dan speciaal het financiële gedeelte onze aandacht zal moeten hebben. Nu legt dit toernooi een te zware belasting op ons verenigingsbudget”. Dat een oplossing is gevonden, behoeven wij U hier niet te vertellen, gezien de enorme successen, die in later jaren zijn behaald.

Nog wat memorabele feiten uit de jaren ‘50. Het bestuur verzoekt H.F. Meier Mattern een onderzoek in te stellen naar de financiële toestand van de club. Hij antwoordt o.a. dat hij een obligatieschuld (de eerder genoemde obligatieleningen uit 1896, 1897, 1910, 1914 en 1920) heeft kunnen reconstrueren van F. 32.850,= waarvan F.6. 250,= als “zwevend” kan worden beschouwd. Bovendien loopt er een hypotheek van F. 6.000,=, rentende 4% ’s jaars. Omdat vaststaat dat de H.L.T.C. haar banencomplex niet naar elders zal verleggen, adviseert hij:
1. een commissie, bestaande uit 3 personen, te benoemen, welke door het bestuur gemachtigd wordt én de oude schulden te saneren én nieuwe gelden aan te trekken, teneinde de grondslag te leggen voor de verbouwing of nieuwbouw van het clubhuis.
2. een “bouwfonds H.L.T.C.” te vormen, dat onder meer zal kunnen worden gevoed door: a. exploitatie-overschotten na de financiële sanering van de oude schulden, b. storting van nieuw aan te trekken gelden, c. Schenkingen en d. Bijdragen.

Het eerste team promoveert naar de hoofdklasse A. Het clubhuis wordt grondig gerepareerd, zodat eindelijk de scheuren in de muren, die een gevolg zijn van de bombardementen op Trompenberg, verdwijnen. Een voorstel om voor het clubblad een abonnementsgeld van twee gulden in te voeren haalt het niet. Het voorstel om te komen tot het instellen van een speciale contributie voor buitenleden wordt echter wél aangenomen.
Citaat uit de contributieregeling uit die jaren luidt: “Buitenleden zijn zij, die hun domicilie hebben buiten een straal van 15 kilometer van de banen van de club. Deze leden mogen van de genoemde contributiebedragen 20 % aftrekken. Het zal U allen dan ook niet verbazen dat het lid Hans Visser, die in 1961 de eerste maal voor het zomerseizoen vanuit Brazilië naar Hilversum kwam, aangemerkt werd als “buitenlid”.

Het bestuur heeft geen plannen om het park als ijsbaan te gaan exploiteren (“wij zouden een lichtinstallatie moeten hebben en dàn wordt de exploitatie zeer onaantrekkelijk”).

Aan de genoemde adviezen van de heer H.F.Meier Mattern wordt gevolg gegeven: er wordt inderdaad besloten de oude schulden te saneren. Het bestuur vindt echter dat het hiermee niet een commissie moet “opzadelen”, maar dat het dat zelf moet gaan doen. Het zendt daartoe aan alle obligatiehouders een lange brief, waarin het dezen verzoekt om de in hun bezit zijnde obligaties ter beschikking van de H.L.T.C. te stellen, tegen een koers van 10%.

Historie 1960-1970

Wij schrijven intussen 1960. Eindelijk is er dan het ideale oefenmuurtje. Dankzij de heer Ir. A. Cramwinkel die, na veel gereken met gradenboog en rekenlineaal, de plannen bekend maakt en laat uitwerken voor een geronde, iets achterover hellende muur, die de gekste ballen keurig retourneert. Een primeur voor heel Nederland!
Het is het jaar waarin Jan Versluis, na vijfentwintig jaar voorzitter te zijn geweest en met strakke hand, soms wat eigenzinnig, de club te hebben geleid en zich voor de belangen van de Hilversumsche Lawn Tennis Club te hebben ingezet, de teugels wenst over te geven. Bovendien is er de laatste tijd veel gekrakeel in de vereniging, waarover wij hier niet zullen uitweiden, maar waar het op neerkomt is dat een deel van de leden vindt dat Jan Versluis te lang voorzitter is geweest. Hierdoor is de aardigheid er voor hem eigenlijk ook wel af. De “tweespalt” in de club wordt door het initiatief van Kaja Goelst, die geen partij kiest, beëindigd. Door zijn neutrale optreden naar beide kanten en het “iedereen de waarheid zeggen” weet hij de zaak te sussen. Naarstig wordt naar een opvolger gezocht. Het blijkt een zeer moeilijke opgave te zijn. Het is niet eenvoudig om in de plaats te treden van een man met een reputatie als Jan Versluis.
In de loop van het voorgaande jaar, 1959, was er in de Kroonlaan, op nummer 8, een gezin komen wonen, waarvan alle leden zich als lid van de H.L.T.C. hadden aangemeld. Dit gezin was dat van Jan Mulder.De vader van het gezin staat “wel eens” op de baan om een balletje te slaan, maar is geen “echte tennisser”. Hij vindt het sfeertje in de club wel gezellig en voelt zich aardig thuis. Jan Mulder blijkt, na veel informeren door de zittende bestuursleden, een internationale zakenman te zijn, die, als directeur, aan een groot bedrijf leiding geeft. Wellicht is hij een goede kandidaat voor de opvolging van Jan Versluis? Eén van de bestuursleden maakt de volgende opmerking: “Deze man (Jan Mulder) heeft een uitstekende reputatie om leiding te geven en, wat zeer belangrijk is, hij heeft van alle problematiek van de laatste tijd in de club, totaal geen weet. Bovendien schijnt hij veel, ook buitenlandse, relaties te hebben en dát is ook weer van belang voor het Internationale Toernooi”.

Jan Mulder wordt gepolst, toont interesse en wordt in 1960 voorzitter van de Hilversumsche Lawn Tennis Club. Een korte terugblik op de vele verdiensten van Jan Mulder mag hier dan ook niet ontbreken.

Jan Mulder heeft geen gemakkelijke start. In 1965 zegt hij:”Het herstel van de eenheid én de groei in de vereniging waren geen probleem, maar wél de financiële zorgen”. Een uitspraak van Hans Meier Mattern is in dit verband zeer illustratief: “Meneer de voorzitter, de financiële situatie in de H.L.T.C. wás slecht, is slecht en zál in de toekomst hopeloos worden.”

Jan Mulder blijkt evenwel een onfeilbaar “pecuniair” instinct te hebben. Hij en zijn medebestuursleden storten zich energiek op deze schijnbaar onoplosbare problemen. De vermaarde actie “Alles in één klap” (1961, met een opbrengst van F. 4.652,50) maakt de afkoop van obligaties, die in de jaren 1897 tot 1920 waren uitgegeven, mogelijk. Wat velen vergeten of niet weten is dat de H.L.T.C. door de aangegane leningen uit vroeger tijd (de gewone obligaties werden omgezet in inkomsten-obligaties, waardoor de club F. 1.500,= aan rentebetaling per jaar plus de aflossingen kon opschorten) de grond van het gehele park mét alle opstallen als zekerheid uit handen moest geven. Hierdoor wordt de vereniging met een complete ondergang bedreigd. Vele H.L.T.C.-ers geven aan het beroep op hun portefeuille gehoor. Met name worden Jan Versluis en Leo Kuiper hier genoemd! De “hypotheek” wordt afgelost en hiermee is de club uit de schulden geraakt. De Hilversumsche Lawn Tennis Club is daardoor “baas in eigen huis”, zoals Jan Mulder dat in zijn rede tijdens de viering van het 70 jarig bestaan noemt. Ook mag een kapitaaltje niet ontbreken om onze accommodatie op peil te houden en om de risico’s, die verbonden zijn aan ons tot grote vermaardheid uitgegroeide Internationale Toernooi, aanvaardbaar te maken.

Tijdens de A.L.V. van 13 februari 1962 wordt het “Bouw- en Reservefonds” opgericht, met als doel:
1. dekking van eventuele verliezen van het Internationale Toernooi,
2. bouw van een nieuw clubhuis en
3. andere nader te bepalen doeleinden.

De inkomsten van het fonds zullen bestaan uit: a. giften en schenkingen, b. opbrengst van acties, c. voordelige saldi van het Internationale Toernooi, d. voordelige saldi van het prijzenfonds Internationale toernooi, e. voordelige saldi van de resultatenrekening van de H.L.T.C.
Het fonds wordt beheerd door de penningmeester van de H.L.T.C. en het saldo moet minimaal F. 5.000,= bedragen. Ter versterking van dit fonds gaat de actie “Vuurwerk” van start; deze brengt circa F. 12.000,= op. Vele leden werken dag en nacht om de onderneming te doen slagen. Door verkoop van H.L.T.C.-lucifers komen duizenden in het laatje. Een later georganiseerde wervingscampagne levert nog eens een kleine honderd donateurs op.

Eén van de andere taken van het jonge bestuur is het leggen van contact tussen junioren en senioren, al jaren een moeilijk punt. De genomen maatregelen, zoals speelavonden voor de jeugd, schijnen de juiste uitwerking te hebben. Nu wij het hier toch over de jeugd hebben: in het jaar 1961 wordt trainer Nienaber, van wie ontelbare H.L.T.C.-ers de eerste beginselen van het tennis hebben geleerd, gehuldigd; hij is dan namelijk vijfentwintig jaar aan de club verbonden. Hij zal blijven tot 1970. Ondertussen verschijnt ook het echtpaar Kortelaar op het park. Zij zullen tot 1970 een ieder gastvrij onthaal bieden in ons clubhuis. Voor hen is dan ook het moment aangebroken, waarop zij afscheid van de club nemen. “Helaas!” schrijft de toenmalige redacteur / H.L.T.C.-geschiedkundige Hans Paulusse. De plannen voor een nieuw te bouwen clubhuis, waarvan de tekeningen heel veel beloven, gaan voorlopig weer de “ijskast” in.

En ja, dan natuurlijk ons Internationale Toernooi! Dit evenement, al jaren van internationale allure, komt in deze jaren tot ongekende hoogtepunten. Sinds 1962 draagt ons toernooi het predikaat “Internationale Tenniskampioenschappen van Nederland”. De heer Mulder en de zijnen weten cracks als Maria Bueno, Margaret Smith, Lesley Turner, Rod Laver, Roy Emmerson, Ramathan Krishnan, Cliff Drysdale, John Newcombe, Roger Taylor, Judy Tegart, Kerry Melville, Annette van Zijl, Norma Baylon en, niet te vergeten, Tom Okker, die het toernooi tweemaal won, naar Hilversum te halen. Als prijzen dienen draagbare radio’s en andere elektrische apparaten, gekocht bij bevriende relaties; de benodigde gelden hiervoor worden bijeengebracht door enige enthousiaste leden, Klaas van Meurs en Hans van Putten. In 1963 en 1964 wint Cliff Drysdale het toernooi en in zijn dankwoord, na één van deze toernooien, zegt hij “goudverguld” te zijn met zijn, toen nog, unieke draagbare radio.

In 1964 “halen” Jan Mulder en Henk Toet een toch al (sinds 1947 lid) vertrouwd gezicht in het bestuur: Herma Scholze-van Rugge wordt gepolst. Volgens Henk Toet had zij altijd gezegd:”Als je lid bent van een club, moet je de algemene vergaderingen bezoeken en iets voor die club doen!” Van deze uitspraak maakte Henk Toet dankbaar gebruik en na aanvankelijk te hebben geweigerd (“Ik kan toch helemaal niets!” en “Is er niemand anders?”) werd Herma de nieuwe secretaris van het bestuur en zoals later zou blijken een enorme steunpilaar voor het Internationale Toernooi.

De H.L.T.C.-prestatiebeker
In 1963 wordt de H.L.T.C.prestatiebeker ingesteld. De beker is geschonken door de heer H.van Zalinge en wordt voorzien van de schone spreuk:”Tibi dedo Operam” (“Aan U wijd ik mijn werk”), knap uitgedacht door mevrouw Toet. In de loop van de jaren is deze beker uitgereikt aan mevrouw N.Ham-Zijderlaan (1963), Ir.Naud Cramwinkel (1965), Frits Ham (1966), Wim Roest (1967), Frits Peters (1968), Peter Scholtz (1969), mevrouw Marceline Blom-Diemer Kool (1970), Mevrouw Nel Wawo Roentoe-de Haan (1971), Max Lautenslager (1972), Jos Hillen (1975), Mevrouw R.Buisman-Paar (1976), Mevrouw Herma Scholze-van Rugge (1977), Jan Mulder (1978). In 1984 is er paniek in de vereniging, want de prestatiebeker is zoek. Er verschijnt een oproep in het clubblad, hij wordt teruggevonden. De lustrumcommissie stelt het bestuur voor om de H.L.T.C-prestatiebeker voortaan de Jan Mulder Beker te noemen. De A.L.V.in het najaar 1984 steunt het voorstel, dat door het bestuur is overgenomen. In het jubileumjaar 1985 gaat de “Jan Mulder Beker” naar Mevrouw Uli Kool-Blom.

In de Gooische Courant van 23 juli 1964 een verslag van de persconferentie van Jan Mulder t.g.v. het internationale toernooi. Groot is de kop: ” ‘t Melkhuisje wordt verbouwd”. Uit de inhoud: “Binnenkort gaan we verbouwen. Het is hard nodig”,zegt Jan Mulder en hij kijkt met enige weemoed naar de krakende planken van zijn clubhuis. “Maar al verbouwen we nog zo ingrijpend, we willen in ieder geval iets van dit oude trouwe Melkhuisje in de oorspronkelijke staat houden, de voorgevel of zo”. En even verder: “De verbouwing is zeer nodig, want voor dergelijke evenementen als de internationale tenniskampioenschappen is ‘t Melkhuisje, hoe knus, gezellig en sfeervol overigens ook, te klein geworden. Ook boven, waar de pers gehuisvest is, kan men niet normaal zijn werk doen”.

In de winter van 1964 / 1965 wordt er allereerst een begin gemaakt met de uitbreiding van de keuken. Er komt ook een luikje naar buiten voor loketverkoop. Het jaar daarop worden de dames- en herenkleedkamers gedraaid en wordt de zitruimte iets groter, doordat er een strook grond van banen 4 en 5 bij het clubhuis wordt getrokken.

Opvallend is in de jaren ‘60 de toeloop van jeugdleden. Om het werk van de jeugdleidster – tot 1967 mevrouw Nel Ham en daarna mevrouw Marceline Blom-Diemer Kool – wat te verlichten wordt een jeugdbestuur ingesteld, dat haar werk met wisselend succes verricht.

Inmiddels is het 1965 geworden en wordt er in de A.L.V.gesproken over “hier blijven of samengaan met de H.M.H.C.” Tot het eerste wordt besloten. Het is het jaar waarin de Hilversumsche Lawn Tennis Club haar 70-jarig bestaan viert. Het programma ziet er als volgt uit:
Zaterdag 28 februari”: Oudejaarsavond-viering in de Sociëteit De Unie, ‘s-Gravelandseweg.
Zaterdag 3 april: Borrel in Café-Restaurant De Jonghe Graef van Buren, Laanstraat 37, met de mogelijkheid om aldaar te dineren.
Zaterdag 3 april:Olympisch feest in Het Hof van Holland, Kerkbrink.
Dinsdag 20 april: Juniorendag en -avond.
Na de competitie: Onderlinge jubileumwedstrijden.

Raad van Advies
In het jaar 1966 wordt de Raad van Advies in het leven geroepen, die het bestuur in moeilijke uren zal bijstaan. In het Huishoudelijk Reglement wordt als volgt over de Raad van Advies geschreven: “De Raad van Advies bestaat uit tenminste drie en ten hoogste zeven personen door de A.L.V. op de Voorjaarsvergadering te benoemen op voordracht van het bestuur, na overleg met de Raad van Advies.” De Raad van Advies heeft tot taak het bestuur te adviseren. Van de onderwerpen waarover de Raad, gevraagd of ongevraagd, advies heeft uitgebracht, zal in de eerstkomende Algemene Leden Vergadering door het bestuur melding worden gemaakt.
De eerste Raad van Advies bestaat uit: Mw. M. Kuiper-Hylkema, N.J.C. Cramer, J.M.A.B. Lijdsman, Dr. R.van Maanen, K.O. van Meurs en Mr. H.B.F.J.A. Peters. Enkele andere leden, die in de loop der jaren in de Raad van Advies zitting hebben gehad, zijn: P.J. Versluis, B.P. de Groot, A.M.J. van Ravenzwaay, J. Mulder, J.C. Kutsch Loijenga, A.A. Potjer, W. Barents, R. Gustafsson, Herma Scholze-van Rugge, Neps Pameijer, Herman van Doorn, Wim Roest en Henk Toet.

’t Hermalijntje
Het clubhuis blijft nog steeds een bron van zorgen. In 1967 wordt er weer een stuk verbouwd. Aangezien tijdens het toernooi het publiek in het clubhuis komt en er ook aan spelers geld moet worden uitbetaald, gebeurt dit gewoon aan tafel bij de open haard, met alle publiek er omheen. Dit is een doorn in het oog van Herma Scholze, die voorstelt om achterin het clubhuis een serre te bouwen door van het terras vier tegels af te halen en ook binnen in het clubhuis een stukje van de zitruimte af te nemen. De dames konden dan nog net de dameskleedkamer in. Aldus geschiedt. Bovendien wordt een gedeelte van de zolder later omgetoverd tot een keurig kantoortje, dat daarna tijdens het toernooi dienst doet als persruimte. Zo wint men voor het toernooi ook weer wat ruimte. Maar het zal nog tot en met 1994 duren alvorens het park, het huisje en het clubhuis echt uit hun voegen barsten en de A.T.P. niet langer toestemming verleent om hier een internationaal toernooi te organiseren. Aan de vrouw achter de schermen van de verbouwingsoperatie, Herma Scholze-van Ruggen, wordt, tot 1979, ieder die het clubhuis betreedt herinnerd. Het nieuwe zitgedeelte, de serre in het clubhuis tot 1995, wordt “t Hermalijntje” gedoopt. Deze verbouwing wordt gesteund door een subsidie van de Gemeente Hilversum.

Clubkampioenschappen
In 1968 wordt er voor de eerste maal gestreden om de officiële clubtitels. Nora Blom en Peter Scholtz worden zowel in dat jaar als in 1969 en 1970 de gelukkige bezitters van de door het bestuur beschikbaar gestelde bekers.

Zwarte dag
13 oktober 1968 is één van de zwartste dagen in de geschiedenis van de Hilversumsche Lawn Tennis Club. Op deze dag overlijdt Jan Versluis, oud-voorzitter en sinds een achttal jaren erevoorzitter.
Jan Mulder schrijft naar aanleiding van zijn dood in het clubblad: “Wat deze man voor de H.L.T.C. betekend heeft, is niet te beschrijven en de rouw om zijn heengaan is groot, zowel in als buiten de club. Jan Versluis was een harde vechter, hij dacht rechtlijnig en elk probleem was bij hem zwart of wit. Hij kende geen compromis en daarom was hij moeilijk voor zijn tegenstanders en een eerlijke vriend voor zijn medestanders. Hij eiste ook van zichzelf héél veel en gaf daarbij al zijn kracht en al zijn liefde aan de H.L.T.C. Wat Jan voor ‘zijn’ club heeft gedaan is niet in een paar woorden te zeggen. Voor, tijdens en ook na de Tweede Wereldoorlog heeft hij doorgevochten om de H.L.T.C. niet te doen ondergaan en hij heeft niets nagelaten om de blauw/gele clubvlag hoog te houden”.

Tijdens een rumoerige vergadering op 6 oktober 1969 wordt de jubileumcommissie voor het 75-jarig bestaan van de H.L.T.C. officieel benoemd: Jan Mulder, Herma Scholze-van Rugge, Piet van Eijsden, Harre Jeroen Venema, Bert Gebben en Henk Sleeuw. De kosten van de jubileumviering worden geraamd op F. 20.000,=. Iets later in het jaar deelt Piet van Eijsden mee dat het programma voor de feestavond “rond” is. De band van Daalhuizen zal spelen en er is een zakkenroller-goochelaar ingehuurd. Bovendien zal Therese Steinmetz een optreden verzorgen. Dit alles zal plaatsvinden in de sociëteit “De Unie”, de bakermat van de Hilversumsche Lawn Tennis Club. De officiële receptie wordt gehouden op Kasteel “De Hooge Vuursche” en wel op 6 maart 1970.

Historie 1970-1980

Begin 1970 wordt het huis van de familie Van Harskamp bij de ingang van ons park (Bussumergrintweg 58) aangekocht.
Op 15 juni 1970 wordt ten huize van Hans Meier Mattern een spoedvergadering bijeen geroepen. In de uitnodigingsbrief lezen wij: “Dreigende moeilijkheden noodzaken het bestuur, om te midden van de tournooivoorbereidingen, een vergadering te beleggen om 2 zeer belangrijke punten te bespreken: 1. de training en 2. de ballenregeling”.

Op 1 januari 1971 treedt groundsman Harry Homringhausen in dienst en zijn vrouw Boukje krijgt een contract voor de periode 1 april tot 31 oktober. Zij zullen blijven tot aan de einde van het seizoen 1984. Harry zal later, tijdens een internationaal toernooi, nog weer teruggeroepen worden omdat de groundsman van dat moment, Gijs van Harskamp, tijdens het internationale toernooi (!), te kennen gaf acuut zijn baan op te zeggen! Harry bleef daarna nog weer vele jaren als groundsman actief voor ’t Melkhuisje.

Dat ook de zaterdagcompetitie floreert behoeft eigenlijk geen betoog, maar om dit te bewijzen noteren wij uit het jaarverslag van de wedstrijdcommissaris in 1975: ” Het eerste zaterdagteam was zeer succesvol. Niet alleen werd dit team met Stans Hermans, Neps Pameijer, Jos Hendrikse en Henk de Hiep afdelingskampioen en daardoor districtskampioen, maar, in een nacompetitie met de kampioenen van de overige districten wist dit kwartet ook alle wedstrijden te winnen. Dit betekende dat wij hen als officiële LANDSKAMPIOENEN konden ontvangen. De prijs, die zij daardoor in de wacht sleepten was niet mis: een reis naar Wimbledon!!”.

Verjonging
Het bestuur maakt zich steeds meer zorgen over de leeftijd van de bestuursleden. Uit de notulen van de bestuursvergadering van 6 augustus 1973: J.C. Kutsch Loijenga op een opmerking van voorzitter Jan Mulder over de verjonging van het bestuur:” Meneer de voorzitter ik ben het ten volle met U eens, maar dan zie ik gaarne een serieus en zuinig man op mijn stoel”.

Gezelligheid
Op 15 november 1973 is de eerste Open Haard (O.H.) avond, mogelijk gemaakt door de inzet van Piet van Eijsden en Henk Sleeuw. Tot en met 31 maart is er sprake van vele succesvolle, gezellige en leerzame avonden. Gedurende het winterseizoen 1974/1975 organiseren Piet van Eijsden, Henk Sleeuw en Hans Back deze (later zo veel geroemde) O.H.(Openhaard)-avonden.

Onderscheidingen
Tijdens de officiële receptie t.g.v. het 75-jarig bestaan van de K.N.L.T.B. worden onze leden Herma Scholze en Piet van Eijsden onderscheiden met de “Zilveren Tulp”. Daarvóór was dezelfde onderscheiding in 1974 al uitgereikt aan, een ander, reeds eerder genoemd lid van de H.L.T.C., Mr. H.B.F.J.A. Peters o.a. voor zijn jarenlange optreden als captain van het Daviscup-team.

Verbouwen
In 1977 worden de eerste plannen gesmeed voor een grote verbouwing, waardoor wij het toernooi nog wat langer kunnen behouden, want de overkoepelende organisatie vindt onze outillage “zeer uit de tijd”.
Als eerste stap wordt de berging bij baan 4 en 5 verbouwd tot een kleine schuur en…nieuwe toiletten! Voorzitter Potjer, die dat jaar als “interim” voorzitter Jan Mulder is opgevolgd (omdat de juiste kandidaat voor de voorzittersfunctie nog niet gevonden is), heeft veel moeite om de uitgaven hiervoor door de A.L.V. te krijgen (“zoveel geld uitgeven alleen voor het Internationale Toernooi?”), maar uiteindelijk overtuigen zijn argumenten die van enkele zwartkijkers in de algemene ledenvergadering. De toiletten worden gedurende de winter 1977/1978 gebouwd.

Bestuur
Er komt in 1977 een definitieve splitsing tussen het bestuur en de toernooi-commissie, die voortaan toernooi-organisatie zal worden genoemd.
Interim-voorzitter Potjer heeft geen makkelijke tijd. Er is een stroming in de club die vindt dat hij te autoritair optreedt. Er wordt zelfs een handtekeningenactie op touw gezet om hem vroegtijdig te laten aftreden, maar zonder resultaat. Deze mensen vergeten, en passant, dat Potjer zélf heeft gezegd, dat hij slechts ter overbrugging als voorzitter wil optreden. Dit wordt hun duidelijk gemaakt door enige jongere bestuursleden. Wederom is het moeilijk een geschikte kandidaat-voorzitter te vinden. Tenslotte vindt het bestuur Tjalco Martens bereid het voorzitterschap op zich te nemen. Hij blijkt een man van actie te zijn. Hij is voor een verdere professionalisering van het internationale toernooi en voor een grotere verantwoordelijkheid van de toernooi-organisatie.

In de najaarsvergadering van 1978 worden de écht grote plannen door de leden goedgekeurd. Het bestuur deelt dan ook mede dat de vereniging samen met het toernooi B.T.W.-plichtig zal zijn vanaf 1 januari 1979.

In de winter van 1979/1980 vindt de grote verbouwing dan ook plaats: de kleedkamers, dan nog in het clubhuis (op de plek waar nu het buffet zich bevindt), gaan naar de te graven kelder, waarin ook de massagekamer en het verwarmingshok zullen komen. Hier bovenop, op de plek waar tot dan toe het parabolische oefenmuurtje van ontwerper Noud Cramwinkel stond – dat helaas gedoemd is te verdwijnen – komen de bestuurskamer en een squashhal.

Historie 1980-1995

Het clubhuis ondergaat gedurende de winter een metamorfose. Jac Pront verlengt de bar, er komen nieuwe krukken en het geheel heeft een verfje gekregen. Bovendien krijgt baan 6, het Center Court, een drainagesysteem, dat ervoor zal zorgdragen dat er na een regenbui sneller gespeeld zal kunnen worden. Nog steeds worden de gaten in de begroting (o.a.veroorzaakt door het wedstrijdtennis, dat maar geen échte sponsors kan vinden) gedicht door de Stichting Internationaal Toernooi “Het Melkhuisje” (voorheen gebeurde dit door de toernooicommissie, c.q.de toernooi-organisatie). Rutger van Versendaal geeft de “bezem” als baancommissaris over aan Menno ter Haseborg, die gedurende de winter een “stoomcursus” baanonderhoud heeft gevolgd, georganiseerd door de K.N.L.T.B. Harry Homringhausen doet ook dit jaar weer zijn best en levert eind maart uitstekende banen af, niet wetende dat dit nu echt de laatste keer zal zijn. Hanneke en Jac beheren nog steeds het buffet.

Toch wordt er dit jaar nog iets aan het 19e lustrum “gedaan”. Aan het einde van de competitie wordt er altijd een barbecue georganiseerd, en om toch aan het lustrum nog enige glans te geven, laat het bestuur in samenwerking met de wedstrijdcommissie een uitstekende rijsttafel “aanrukken”. Voor het geval dat het zou gaan regenen, is er de dag ervoor op het terras een gezellige tent geplaatst met voldoende tafels en stoelen. “De leden zijn er zeer over te spreken, het was grandioos”, volgens de redactie van het clubblad. Er is zowaar een foto van het voltallige bestuur, gemaakt ter gelegenheid van het 19e lustrum.

Ook de alternatieve competitie is, evenals de voorgaande jaren, een succes.
De finale van het Internationale Toernooi gaat de geschiedenis in als “uniek in de wereld”, want hij wordt gespeeld door een speler uit de kwalificatie, Francisco Clavet, en door een zogenaamde “lucky loser”, Eduardo Masso. Francisco Clavet wint met 3-6, 6-4, 6-2, 6-0. Marlies Reinders staat in de finale van de “Nationale”, maar verliest van Linda Niemandsverdriet.

Op 25 oktober ontvangt het bestuur het bericht dat Harry Homringhausen, 72 jaar, plotseling is overleden. De club verliest, na vele jaren en een come back in 1988, niet alleen zijn groundsman, maar ook een zeer aimabele persoonlijkheid, die “kleur” aan de club gaf.
In de najaarsvergadering treedt Samuel Goldfinger af als penningmeester en wordt opgevolgd door Renze Hasper, terwijl Ed Klein Breteler zijn taak als commissaris voor het recreatie tennis overdraagt aan Henk Rutten.Gedurende de wintermaanden stelt het bestuur een nieuwe groundsman aan. Het is de vroegere spitsspeler van Feijenoord, Matthias Maiwald, die zich, met veel enthousiasme, over de banen van de H.L.T.C. gaat ontfermen. Het ledenbestand in 1990 bewoog zich weer iets boven de 500 n.l. 376 senior- en 126 juniorleden.

Het seizoen 1991 wordt ingeluid met de mededeling dat de club weer een nieuwe trainster heeft aangesteld. In de voorjaarsvergadering wordt zij voorgesteld, het is Cassandra Offermans. Ook Karin Aardema wordt voorgesteld als “inkomend” secretaris, daar Annerieke Karsemeijer door drukke werkzaamheden zich gedwongen ziet de functie neer te leggen en Karin pas in de eerstvolgende ledenvergadering benoemd kan worden. Ook nu weer, net als zijn voorgangers zovele malen ervoor hebben gedaan, klaagt de voorzitter over de opkomst voor deze vergadering: 25 leden, inclusief het bestuur (5%).
Magnus Gustafsson wint in de finale van het Internationale Toernooi van Jordi Arrese.
Het gemopper van de voorzitter in de algemene ledenvergadering in maart en de informatie vooraf dat er belangrijke zaken zouden worden behandeld, draagt er toe bij dat de najaarsvergadering flink wordt bezocht. (Alle beschikbare plaatsen, ook de hangplaatsen aan de bar, zijn bezet. De onderwerpen zijn dan ook van zeer veel belang voor de (nabije) toekomst van de H.L.T.C. Er vindt een zeer grote wisseling in het bestuur plaats. Koen Rooijmans geeft de voorzittershamer over aan Renze Hasper die het afgelopen jaar, om er in te komen, penningmeester was. Henk Rutten, commisaris recreatietennis, wordt de nieuwe penningmeester, Hans Back verlaat het bestuur, Jan Jansen en Dick de Rijk worden de nieuwe bestuursleden.
Problemen doen zich voor bij het aantrekken van sponsors voor het toernooi. Hanneke Landmeter en Jac Pront zullen het beheer van het buffet in 1992 niet meer voortzetten.

Tijdens de voorjaarsvergadering op 31 maart 1992 laat de voorzitter weten dat er nog steeds twijfels bestaan over het al of niet doorgaan van het toernooi.
Wim en Manja van Jaarsveld nemen met ingang van het nieuwe seizoen de plaats achter het buffet in.
Op 14 mei overlijdt Jan Klein Molenkamp. Jarenlang bestuurslid, vice-voorzitter, leider van de zaterdagcompetitie en speler in het team met de bekende Herma Scholze, Saar Barnstijn en Hans Meier Mattern.
In juni deelt de voorzitter de leden mee, dat het bestuur ook de taken van het stichtingsbestuur naar zich toe heeft getrokken en dat uiteindelijk, na grote inspanning van het bestuur met steun van Piet van Eijsden en Hans Back, het bestuur “groen licht” heeft gegeven voor de organisatie van het Internationale Toernooi editie 1992.
Voorzitter Renze Hasper laat een brief uitgaan om leden te interesseren voor een lening tegen een “redelijke” rente, om er zodoende voor te zorgen dat de rentelasten van de club iets omlaag gaan. “De H.L.T.C. is tenslotte een seizoenbedrijf, waardoor zij in het begin van het seizoen altijd “rood” staat bij de bank, omdat de contributies altijd pas laat worden betaald”, aldus de voorzitter. De respons is maar matig, wel haalt de H.L.T.C. er de pers mee.
Karel Novacek wint het Internationale Toernooi 1992. Hij verslaat Jordi Arrese in vier sets.
De najaarsvergadering spreekt zich positief uit over het voorstel van het bestuur het toernooi te gaan verhuren aan Piet van Eijsden. Het bestuur is van mening dat zowel het Internationale Toernooi als het wedstrijdtennis op eigen benen moeten staan. Met de overeenkomst met Piet van Eijsden is dit voor het toernooi bereikt en voor het wedstrijdtennis betekent dit dat er alleen hoog kan worden gespeeld als er voldoende geldmiddelen, lees:sponsors zijn gevonden. Er komt een zogenaamde “sponsorpool”, er wordt een hoofdsponsor gevonden, LEVOB verzekeringen, een flink aantal subsponsors doet mee in het wedstrijdtennis van de club.

In de winter van 1992 / 1993 wordt er door het bestuur en wedstrijdcommissie hard gewerkt, veel vergaderd en bereikt dat er met medewerking van enige competitiespelers en de Stichting Push (opleiding en coaching van veelbelovende spelers en speelsters) competitietennis op hoog niveau (dit jaar weer Eredivisie) mogelijk is.
Wim en Manja van Jaarsveld worden, door de gezondheid van Wim, gedwongen het beheer van het buffet over te dragen aan Ed en Els van Sloten.

Inmiddels is het jaar 1993 aangebroken en zijn er weer plannen om het clubhuis te verbouwen. Wat heet verbouwen? Er moet een heel nieuw clubhuis komen, omdat het huidige op instorten staat. Wellicht dat dit toch tot gevolg kan hebben dat het Internationale Toernooi voor het Melkhuisje behouden kan blijven. In de voorjaarsvergadering doet architect Hans van Hemert de plannen uit de doeken, de ledenvergadering is sceptisch, moet dit nu allemaal? Waar blijft de traditie als “ons Melkhuisje” er niet meer staat?
Ernestine Vorstman treedt af als wedstrijdcommissaris en wordt opgevolgd door Annie Witteman-Grevenstuk.
Het bestuur ziet zich, door de enorme succesvolle aanpak van de jeugd door de jeugdcommissie en trainster Cassandra Offermans en de daarmee gepaard gaande toestroming van jeugdleden, genoodzaakt een stop voor jeugdleden in te stellen. De laddercompetitie wordt weer in ere hersteld, maar de animo voor deelname is bedroevend, ondanks de prachtige piramide-borden.
De “Ladies Day” doet zijn intrede. De dag wordt georganiseerd door de mannen uit de recreatiecommissie en alleen de dames mogen tennissen. De dames zien er prachtig uit, velen gekleed in tenniskleding van de jaren twintig. Het blijkt voor herhaling vatbaar. Gezien dit enorme succes staat er later in het seizoen een “Men’s Day” gepland. Of het nu komt omdat de dames dit moeten organiseren of omdat de mannen geen zin hebben, maar de dag gaat niet door.

Het toernooi dit jaar is een verhaal apart. Het eerste jaar als “LEVOB Dutch Open”. Dinsdag de gehele dag regen. Donderdagavond was het programma weer bij en toen…vrijdag de gehele dag regen, geen partij gespeeld. Zaterdag een “dubbeldik” programma en zondag toch een “normale” finaledag. Een domper is echter dat de A.T.P. meedeelt dat het toernooi na 1994 NIET meer op de banen van de Hilversumsche Lawn Tennis Club mag worden gespeeld. Piet van Eijsden praat over Amsterdam, waar het toernooi met ingang van 1995 gehouden zal kunnen worden.

Op 19 juli ontvangt het bestuur het bericht van overlijden van mevrouw Nel Ham. Reeds jaren was zij geen lid meer van de club, maar in jaren 50/60 was zij hét middelpunt van de jeugd en gaf zij heel veel van haar tijd aan het samenstellen van het clubblad. “Kortom zij was voor met name de groep leden die nu de leeftijd van 50/60 jaar hebben, een begrip”, schrijft Hans Back in het aan haar gewijde in memoriam. Nog een bij de ouderen zeer bekend lid overlijdt op 19 augustus: Peter Berns, de man die het langst lid was van de H.L.T.C.(meer dan 50 jaar!). De man ook, die vlak na de oorlog de steun en toeverlaat van voorzitter Jan Versluis was en met hem de vereniging weer nieuw leven heeft ingeblazen. Hij zat jarenlang in het bestuur en was later een gewaardeerd lid van de kascommissie.

Op 16 oktober 1993 wordt er, na ruim veertig jaar, op muziekgebied weer eens geschiedenis geschreven. Er wordt een écht concert gegeven in het clubhuis, op initiatief van het artistieke lid Hans Hoogendoorn, door de 23-jarige Matthew Herskowitz. Dit evenement wordt onder de kop “Melkhuisje in Concert” aangekondigd. Er is veel belangstelling en men geniet van een uitstekend uitgevoerd pianoconcert. Na afloop bewijst Matthew Herskowitz dat hij niet alleen het klassieke repertoir goed beheerst, maar dat hij ook met jazz muziek wegweet, gezien de zinsnede in het clubblad, dat hij “er nog menig jazzy nummertje uitgooide”.

In de najaarsvergadering wordt mevrouw G.I.C.A.(Trudy) van Poelgeest tot secretaris benoemd, nadat zij in de loop van het jaar Karin Aardema was opgevolgd. Mevrouw Uli Kool wordt benoemd tot erelid. Het bestuur doet verslag van de voortgang van de verbouwingsplannen. Doordat er geen rekening meer behoeft te worden gehouden met ruimtes voor het Internationale Toernooi moeten de plannen enigermate worden aangepast. Het bestuur spreekt de hoop uit dat er in de winter van 1994/1995 gebouwd kan worden. Het bestuur wordt uitgebreid met Henny van Berkel, om Jan Jansen de ruimte te geven sponsors voor het wedstrijdtennis binnen te halen. Officieel wordt nu medegedeeld dat het Internationale Toernooi in 1995 in Amsterdam zal worden gespeeld.

Het bestuur krijgt in de voorjaarsvergadering van 1994 van de A.L.V. toestemming tot verkoop van het woonhuis over te gaan en een lening aan te gaan t.b.v. de nieuwbouw van het clubhuis. Tevens vraagt het bestuur aan de ledenvergadering of zij ermee akkoord kan gaan dat het bestuur plannen uitwerkt om het Internationale Toernooi aan Piet van Eijsden te verkopen. Ook met dit punt stemt de algemene ledenvergadering in, zij het na een zeer uitgebreide en intensieve discussie.

Cassandra Offermans is ook in 1994 nog steeds de succesvolle trainster, die door de jeugd op handen wordt gedragen. Van de jeugd gesproken: het eerste mixed-team t/m 12 jaar van de woensdagcompetitie wordt met grote overmacht kampioen. Overwinningen met 10-0 zijn normaal voor dit jeugdige team. Anke van Doorn, Cristina Lazar, Alexander Weening en Bob Fokke weten ook de daarna volgende districtsbekerwedstrijden te winnen en worden zodoende de grote kampioenen van district Utrecht. Eerste van 95 teams! Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst!

Wederom is er een “Melkhuisje in Concert” en wederom speelt Matthew Herskowitz op de vleugel, maar ditmaal niet in het clubhuis maar ten huize (in de tuin) van Auke en Trinet van Barneveld. Ditmaal heeft ook Tim Welvaars, begenadigd mondharmonicaspeler en leerling van Toots Tielemans, een aandeel in het concert. Zowel op mondharmonica als later, inmiddels binnen, op de saxofoon.

Het laatste Melkhuisje toernooi is wederom een succes. Zeer warm weer beïnvloedde het peil van wedstrijden enigermate, maar met Karel Novacek krijgt het toernooi een terechte winnaar, die de zeer sterk spelende Richard Fromberg met 7-5, 6-4 en7-6(7) in de finale de baas blijft. Door Karel Novacek het erelidmaatschap aan te bieden eert voorzitter Renze Hasper alle spelers, die in de 37 toernooien in Hilversum hebben gespeeld. Jan Siemerink zorgt voor een Nederlands succes door met Daniel Orsanic het dubbelspel te winnen.

Op 21 september overlijdt een van de oudste en trouwste leden van de H.L.T.C., Nel Wawo Roentoe-de Haan. In het aan haar gewijde in memoriam schrijft Herma Scholze: “Nel was een uitermate trouw lid, dat op haar eigen bescheiden wijze haar clubliefde beleed”. Zij heeft zich jarenlang ingezet voor het clubblad, waarvan zij de verzending, en alles wat daarmee samenhing, verzorgde. De organisatie van de dames-toss op donderdagmorgen en de leiding van de badmintonclub van H.L.T.C.-sters was bij haar in goede handen. En voorheen was zij altijd bereid om tijdens het toernooi een of meer spelers gastvrijheid te verlenen.

Tijdens de buitengewone algemene ledenvergadering op 26 september geeft het bestuur tekst en uitleg bij het definitieve plan voor de nieuwbouw van het clubhuis. De A.L.V. krijgt te horen dat de architect een beetje te optimistisch is geweest in zijn berekeningen en dat de bouw duurder uitvalt dan gepland. Ondanks het feit dat de penningmeester de ledenvergadering voorhoudt dat de bouw tóch financieel haalbaar is, gaat de vergadering hiermee niet akkoord, maar mogen de kosten maximaal 10 % hoger uitvallen. Dit betekent dat de architect met de beoogde aannemer moet gaan onderhandelen over de bouwprijs.

Tijdens de laatste algemene ledenvergadering van de Hilversumsche Lawn Tennis Club van deze eerste eeuw (op 29 november 1994) deelt voorzitter Renze Hasper mede dat het Internationale Toernooi niet meer van de Hilversumsche Lawn Tennis Club is, maar aan Piet van Eijsden Beheer is verkocht. Het ontvangen bedrag zal gebruikt worden om de nieuwbouw van het clubhuis mede te financieren. Er zal geen “vreemd geld” nodig zijn om de bouw te bekostigen, daar de verkoop van het woonhuis meer heeft opgebracht dan was verwacht. De penningmeester Henk Rutten verklaart dat, als de bouw met alle daarmee samenhangende kosten betaald zijn, er toch nog een reserve over zal zijn, hetgeen de voorzitter de volgende uitspraak ontlokt: “Wij zijn dus tóch een bijzondere vereniging: de Hilversumsche Lawn Tennis Club is eigenaar van de grond en het clubhuis én wij hebben geen schulden!” Maar wél doet de penningmeester een beroep op alle leden zich in het komend jaar toch vooral in te zetten om ervoor te zorgen dat de ongeveer 30 ontbrekende leden, die nodig zijn voor een gezonde begroting, er komen!

Het clubhuis wordt 30 november en 1 december ontruimd en in de week van 12 december gaat het o, zo vertrouwde clubhuis tegen de grond! Ook hier: op weg naar de toekomst!”

Historie 1995-2000

Het seizoen start op zaterdag 1 april 1995 en in de “noodkantine” doen de vrijwilligers, die de bar runnen, hun uiterste best en “men” is dik tevreden met het resultaat. Het belooft dus veel voor de komende jaren, waarin alle leden bardiensten zullen gaan verrichten; voorlopig zal dit op vrijwillige basis gaan gebeuren. De recreatiecommissie roept de tossavond in het leven. Doordat Ineke Bierman deze avonden de aanwezige leden uitstekend naar sterkte weet in te delen worden er gedurende een van tevoren afgesproken tijdsduur zeer goede en spannende wedstrijdjes gespeeld.

Tijdens de najaarsvergadering 1995 moet de penningmeester wederom melding maken van (opnieuw) hogere kosten van de nieuwbouw. De B.T.W. moet “gewoon” betaald worden (had de penningmeester “even” vergeten). De penningmeester wijst, naar aanleiding van de voorlopige resultaten van 1995, op de noodzaak van ledenaanwas. De, uit hoofde van het 100-jarig jubileum afgesproken, extra bijdrage van 10 gulden wordt niet gedoteerd aan het jubileumfonds, maar aan de post contributies. Enerzijds omdat het jubileumfonds toereikend is voor de activiteiten in dit jubileumjaar, anderzijds omdat de exploitatie een extra dotatie noodzaakt. Tevens is dit jaar geen financiële bijdrage vanuit de club noodzakelijk aan het wedstrijdtennis, aangezien de sponsoring geheel selfsupporting is.

De bekers worden uitgereikt.

• De Nienaberbeker, voor de beste prestaties in de zondagcompetitie, gaat naar Emile Pel.

• De Herma Scholzebeker, voor de beste prestaties in de zaterdagcompetitie, wordt uitgereikt aan Jon Visbeen, die er mede voor gezorgd heeft dat het eerste zaterdagteam kampioen werd.

• De Willem Barentsbeker, voor de beste prestatie in de damescompetitie, is bestemd voor Joke Wissink.

• De Jeugdbeker is voor Cristina Lazar, omdat zij de beste resultaten heeft behaald, zowel in de competitie als bij de clubkampioenschappen.

In de voorjaars A.L.V. van 1996 blijkt dat bij de fiscus een flink bedrag aan B.T.W. kan worden teruggevorderd. Een (zeer) klein positief saldo wordt gemeld. Het is het beleid van het bestuur dat er door de club competitie op een zo hoog mogelijk niveau gespeeld wordt, maar niet ten koste van alles. Als Christian Feenstra en Maarten Koopman stoppen met tennis op dit niveau hebben wij momenteel geen “eigen” spelers, die dit niveau aankunnen en het ligt niet in de geest van deze club om een team te kopen.

Het bestuur maakt tijdens de Algemene Ledenvergadering in het najaar 1996 bekend dat zij stappen gaat ondernemen om de naam van onze club te wijzigen in H.L.T.C. ’t Melkhuisje. De financiële situatie van de club blijkt niet “rooskleurig” (vooral door sterk toegenomen energiekosten en rentelasten), maar zeker niet zorgwekkend te zijn. Maar de penningmeester presenteert wél een begroting waarvan hij zélf al zegt deze niet acceptabel te vinden. Een grote groep leden (vooral de wat oudere zeer trouwe leden onder aanvoering van H.Meier Mattern) kondigt aan het niet te zullen accepteren als het bestuur geen goed plan van aanpak kan presenteren tijdens de voorjaarsvergadering om de schuld te saneren of althans een begin hiermee te maken.

De bekers worden uitgereikt. Dit jaar gaat de Nienaberbeker, voor de beste prestatie in de zondagcompetitie, naar Alexander Weening. Olga Moons ontvangt de Herma Scholzebeker, omdat zij het beste presteerde in de zaterdagcompetitie. De Willem Barentsbeker is voor Annie Grevenstuk, die er mede voor zorgde dat het dinsdag damesteam niet degradeerde. De Jeugdbeker wordt uitgereikt aan Fleur Lubbe, die tijdens de competitie de meeste games heeft gewonnen. In deze vergadering neemt Peter Wessels afscheid als competitiespeler van onze club.

Bij aanvang van de vergadering in het voorjaar 1997 blijkt het vereiste quorum voor de ingrijpende statutenwijziging niet aanwezig te zijn, dus wordt de statutaire naamswijziging van onze club in H.L.T.C. ’t Melkhuisje nog even uitgesteld. Het resultaat van de exploitatie van 1996 is zeer teleurstellend en, mede daardoor, blijkt de begroting voor 1997 een enorm struikelblok te zijn. Ondanks flink snijden in de kosten is het de penningmeester niet gelukt aan de A.L.V. een sluitende begroting te presenteren. Na hevige gedachtewisselingen en discussies lijkt een aanwas van het ledental de enige mogelijkheid om het gat in de begroting te dichten. Bovendien wordt geadviseerd de contributies eerder te innen en de contributieverschillen (voordelen voor 60+ ers en 65+ ers) af te schaffen. Een actieve ledenwerving wordt gepland. Het plan “Melkhuisje 2000” wordt gestart. Circa 40 kinderen, geselecteerd door Ron Timmermans en Cassandra Offermans, zullen extra training krijgen, hetgeen over een aantal jaren moet resulteren in een vervanging van de hoogste competitieteams. Het bestuur wordt uitgebreid met Bettine Doerrleben, met aandachtsgebied jeugdzaken. In de wedstrijdcommissie wordt Liang Lauw als extra lid benoemd.

Op 12 april wordt tijdens een buitengewone ledenvergadering 1997 met algemene stemmen (15) aangenomen dat de statuten gewijzigd zullen worden. Vanaf deze datum heet de club derhalve officieel: H.L.T.C ‘t Melkhuisje

De sponsorcommissie moet helaas melden dat de Club van 100 in het voorjaar pas tot de Club van 10 is gevorderd, maar zij blijft optimistisch!

In het najaar 1997 blijken er in het bestuur strubbelingen te zijn ontstaan, die enige bestuursleden noopt zich bij de eerstvolgende ledenvergadering uit het bestuur terug te trekken. Wim Roest laat in een ingezonden brief weten dat er nu maar eens een eind moet komen aan de discussie over in het verleden gemaakte fouten en dringt er op aan dat het bestuur opdracht geeft om binnen enige weken een nieuw bestuur te formeren, dat zonder gezeur aangenomen kan worden. Er wordt een commissie benoemd bestaande uit Marijke Shioda, Joke Roodenburg, Gert van Dijk en Pieter Pastor, die ervoor zorg dient te dragen dat er vóór de voorjaarsvergadering van 1998 kandidaat – bestuursleden worden gevonden.

Traditiegetrouw worden in de Najaars Algemene Ledenvergadering op 25 november de bekers uitgereikt. De Nienaberbeker, voor de beste prestatie in de zondagcompetitie is voor Cristina Lazar. De Herma Scholzebeker wordt uitgereikt aan Sebastian van Barneveld, voor zijn beste prestaties in de zaterdagcompetitie. De Willem Barentsbeker is bestemd voor Sietske van Steenis voor haar prestaties in de dinsdagcompetitie. Robbert-Jan Kleingeld wint in de competitie de meeste games en krijgt daarvoor de Jeugdbeker uitgereikt.

In de Buitengewone Ledenvergadering op 13 januari 1998 met als onderwerp de samenstelling van het bestuur, rapporteert de commissie, die door het bestuur is benoemd, over haar bevindingen. Deze commissie is geslaagd het bestuur een voorstel te doen betreffende de invulling van de vacante bestuursfuncties van voorzitter, penningmeester, baancommissaris en twee bestuursleden met aandachtsgebieden bar en recreatie. Als voorzitter wordt voorgesteld Wietze Aardema, als penningmeester Maurice Bronckers, als baancommissaris John van Pomp, als bestuurslid met aandachtsgebied bar Martine Vermeiren en als bestuurslid met aandachtsgebied recreatie Wil Hinterding. Het bestuur brengt de voorgestelde nieuwe bestuursleden in stemming. De Algemene Vergadering gaat met meerderheid van stemmen akkoord, waarmee zij officieel als kandidaten in de voorjaarsvergadering zullen worden voorgesteld.

In de voorjaarsvergadering op 31 maart 1998 is Henk Rutten wegens ziekte afwezig, hetgeen consequenties heeft voor diverse punten van de agenda. Er zijn geen financiële stukken, die dus ook niet van tevoren konden worden ingezien, hetgeen ook geldt voor het werk van de kascommissie. Voorzitter Renze Hasper geeft nog wel een korte toelichting op de cijfers, voor zover hij dit kan nagaan, maar behandeling en goedkeuring worden naar een latere datum verschoven. Ook blijken rekeningen niet of zeer laat betaald te zijn, hetgeen ergernis opwekt bij diverse bedrijven, waarmee wij zaken doen. Besloten wordt voor de financiële problemen een Buitengewone A.L.V. bijeen te roepen.

Een brief van de ballotagecommissie moet nog door het nieuwe bestuur worden behandeld. Cassandra Offermans kan wegens een ernstige blessure haar taak als trainster niet meer uitvoeren.

Op 15 mei 1998 wordt erelid Piet van Eijsden voor zijn grote verdiensten voor het Nederlandse tennis benoemd tot Bondsridder. Voorzitter Ruurd de Boer roemt in zijn toespraak Piet’s prestaties, zowel óp als buiten de baan.

Medio juni trachten Rutger van Versendaal en Jan Jansen met een positief kritisch stuk het bestuur tot nadenken en activiteit te bewegen. Met het stuk willen zij pogen een bijdrage te leveren om de gesignaleerde problemen op te lossen. Zij sommen een aantal problemen op waarmee de vereniging, naar hun mening, te kampen heeft:

• Sportief gezien is er te weinig competitieve sfeer of aandacht daarvoor in alle geledingen van de club.

• Er is en flink gat in de begroting

• De sfeer in de club holt zienderogen achteruit

• Bestuurlijk zijn er de nodige mankementen aan het licht gekomen

• De ledenaanwas is zowel kwalitatief als kwantitatief niet zoals zij het zouden willen

Als uitgangspunten voor hun betoog noemen zij:

1. Wij zijn een tennisvereniging waarbij het sportieve element voorop moet staan. Dit kan heel goed samengaan met een fijne sfeer in de club.

2. Financieel moeten de verschillende activiteiten selfsupporting zijn.

3. Wij moeten ons concentreren op kwaliteit. Als wij kwaliteit in alle geledingen van de club inbouwen volgt de benodigde kwantiteit automatisch.

4. Sfeer bepalende elementen.

Stuk voor stuk worden deze punten toegelicht en worden er suggesties gedaan om tot verbetering te komen. Als conclusie schrijven de beide heren dat bestuurlijke integriteit en creativiteit, gepaard aan inzet en loyaliteit van alle leden de club weer tot bloei kunnen brengen.

De in de Voorjaars Algemene Ledenvergadering afgesproken Buitengewone Ledenvergadering wordt op 23 juni 1998 bijeen geroepen, omdat o.a. de cijfers vóór de Algemene Ledenvergadering in het voorjaar niet voorhanden waren. De cijfers blijken ook nú pas een paar dagen vóór de vergadering aan de kascommissie te zijn gepresenteerd, zodat de leden zich geen goed beeld kunnen vormen. Tijdens deze vergadering distantieert één der leden van de kascommissie zich van het verlenen van décharge, zodat de vergadering het verdeelde advies niet aanvaardbaar acht, zodat “anderen” ook de cijfers nog eens grondig dienen na te lopen. Opvallend is de hoge stand van de debiteuren. Er blijkt een grote achterstand in het verzenden van diverse nota’s te zijn ontstaan.

De in de voorjaarsvergadering benoemde penningmeester, Maurice Bronckers, heeft in de aanloop- en inwerkperiode aangegeven tóch deze functie niet met zijn werkzaamheden te kunnen combineren. Op het laatste moment voor deze functie benaderd heeft Anneke Lazar erin toegestemd deze functie op zich te nemen en wordt onder luid applaus als penningmeester benoemd.

Het blijkt moeilijk voor het wedstrijdtennis voldoende sponsoren te vinden. De kascommissie adviseert slechts verplichtingen m.b.t. het wedstrijdtennis aan te gaan als er een adequate financiering is verkregen. Zoals in de geschiedenis van de club reeds vele malen is geschied, komt de vraag aan de orde hoe de H.L.T.C. het wedstrijdtennis dient te organiseren.

De wedstrijdcommissaris komt met een voorstel om het eerste team aan de huidige trainer (Ron Timmermans) onder R.T.T. (Ron Timmermans Tennisschool) uit te besteden en daarnaast met een eigen sponsorcommissie extra fondsen te verwerven. Ron Timmermans zal in de loop van dit jaar spelers en sponsors trachten te vinden om het spelen in de hoofdklasse of eventueel de eredivisie te kunnen continueren. Indien hij hierin slaagt zal het een periode van drie jaar betreffen.

Ook de problemen rond het negatieve advies van de ballotagecommissie voor het aannemen van een nieuw lid zorgt voor de nodige discussie. Op grond van dit advies meent de voorzitter de zaak aan de A.L.V. te moeten voorleggen. Uiteindelijk wordt besloten het voorstel van Anneke van Dijk aan te nemen om het aspirant lid toe te laten en de gelederen weer te sluiten.

Baancommissaris John van Pomp presenteert een begroting van diverse renovaties van park en clubhuis en de Jeugdcommissie maakt zich sterk voor “kinderfaciliteiten”, zoals een zandbak.

Op 23 juli 1998 vinden er op de banen van H.L.T.C. ’t Melkhuisje opnames plaats van de televisieserie Baantjer. “De Moord op de Tennisbaan” is een zeer spannende aflevering; al was het maar omdat er zoveel “dierbare plekjes” in beeld kwamen. Naast de vaste crew van de serie (o.a. Piet Römer en Victor Reinier) treden ook enige leden van de club op als figuranten. Pieter Pastor brengt o.a. zijn befaamde truc met het oprapen van de tennisballen ten uitvoer: u weet wel, ballen met zijn racket opwippen tegen het hekwerk, tweemaal stuiteren en dan opvangen. Ook andere leden zorgen voor de broodnodige achtergrond door “gewoon te tennissen”.

Een bericht van voorzitter Wietze Aardema, voorafgaande aan de Algemene Ledenvergadering van het najaar 1998 doet enige onrust ontluiken bij de leden. Er moeten, afgaande op de inhoud van het bericht, “harde noten” worden gekraakt bepalend voor de toekomst van ’t Melkhuisje. Ook door de vele auto’s rond het park op de avond van de A.L.V. zou men zeggen dat er “weer wat aan de hand is” in de club. Enigszins hebben de in groten getale opkomende leden gelijk: de financiële positie van de club is niet verbeterd. Door afhaken van sponsors moet er geld worden toegelegd op het eerste team. Ook de inkomsten van de bar lijken te gaan tegenvallen, door de vele regendagen (o.a. tijdens het Open Toernooi!). In deze najaarsvergadering stelt de kascommissie alsnog voor het bestuur décharge te verlenen voor de cijfers van 1997.

Na jaren te hebben aangedrongen op de bouw van een tennismuurtje krijgt Wim Roest eindelijk zijn zin: baancommissaris John van Pomp licht een plan toe, waarbij leden “blokken” kunnen kopen, waarmee het muurtje kan worden gemetseld. De blokken worden, alvorens te worden gemetseld van de handtekening van de leden, die deze blokken hebben gekocht, voorzien. Het metselwerk zal gedurende de winter door enige (bestuurs-)leden o.l.v. Matthias Maiwald in de voormalige squashhal worden uitgevoerd. De ballotage wordt op de helling gezet. Het toetsen of nieuwe leden aan de “clubcultuur” voldoen is een bijna bovenmenselijke zo niet onmogelijke opgave. De ballotagecriteria zijn onduidelijk geformuleerd en derhalve niet te controleren. De A.L.V. kan zich nu over nieuwe leden moeten uitspreken, dus moet er over deze mensen in het openbaar worden gesproken, hetgeen niet meer “van deze tijd” is. Er komt een introductiecommissie, die aspirant-leden zo goed mogelijk begeleidt, voorlichting geeft en eventueel gesprekken voert met de aspirant-leden in geval er klachten zijn. Na een jaar volgt dan automatisch het lidmaatschap van de club. De contributieregeling wordt vereenvoudigd, het aantal categorieën wordt sterk verminderd. Bovendien worden de, als discriminerend ervaren, bepalingen (contributiebetaling naar leeftijd en sekse) geschrapt.

Ron Timmermans slaagt er niet in een hoofdsponsor voor het toptennis binnen te halen, maar inspanningen van vooral Gerrit Wissink en Jan Jansen hebben ertoe geleid dat er in ieder geval voldoende financiën zijn binnengekomen zodat het eerste team “met een gerust hart” in de Hoofdklasse kan uitkomen; mede doordat, in overleg met de spelers, de vergoedingen naar een lager niveau zijn gebracht. De nieuwe trainer Erik-Jan Buiskool voorziet een zware competitie!

De jaarlijkse bekers worden uitgereikt.

De jeugdbeker voor het meest belovende jeugdlid is voor Damia Donkervoort. Het best presterende lid in de zaterdagcompetitie, Rutger van Versendaal, wordt beloond met de Herma Scholzebeker, terwijl de Nienaberbeker voor de beste prestaties in de zondagcompetitie naar Alexander Weening gaat.

Rutger van Versendaal kondigt aan dat de club volgend jaar een 35+ Dubbeltoernooi zal organiseren. De A.L.V. reageert enthousiast. Het toernooi zal in week 24 (14 t/m 20 juni 1999) worden georganiseerd. De toernooicommissie wordt gevormd door de dames Annemieke van den Berghe, Lies Rijnveld, Joke Wissink en de heren Yves Boerebach, Jan Jansen, John van Pomp en Rutger van Versendaal.

In de voorjaarsvergadering van 1999 wordt een ingezonden brief van Mevrouw Dorenbos behandeld, waarin over de opvang op de club van kinderen in het algemeen wordt gesproken. Jeugdfaciliteiten zijn gewoon onvoldoende. Speeltoestellen, crèche en zandbak komen in de discussie aan de orde. Mat Heffels sluit zich bij de kritiek aan en heeft daarnaast kritiek op de aandacht, die het bestuur geeft aan initiatieven van leden. Zo zou het aanbieden van een videorecorder om kinderfilms te kunnen vertonen niet serieus behandeld zijn. Bovendien meent hij dat veel ouders, wegens gebrek aan goede opvang, hun lidmaatschap en die van de kinderen opzeggen. Aan het eind van dit onderwerp maakt de Jeugdcommissie bekend dat er, als een begin, bij de opening van het seizoen een speciale kinderspeelhoek zal worden ingericht.

De verslagen van de secretaris en de penningmeester zijn, door een computerstoring, ter vergadering niet beschikbaar. Hierdoor en omdat de voorzitter van de kascommissie zich in het buitenland bevindt heeft ook de kascommissie haar werk niet kunnen doen, waardoor op een nader te bepalen datum een extra vergadering moet worden uitgeschreven. Dan zal ook de begroting worden behandeld. Vanuit een concept met de voorlopige cijfers geeft de penningmeester nog wél een kleine toelichting. Er blijkt een aanzienlijk verlies te zijn geleden. De Heer Meier Mattern maakt zich, via een ingezonden brief, zorgen over de financiële situatie. Hij vindt dat de beschikbare middelen allereerst voor de club dienen te worden aangewend en dat daarna pas het (“betaalde”) wedstrijdtennis aan bod moet komen. Ondanks dat is de heer Meier Mattern van mening dat de club wél op de goede weg is. Om het gaatje te dichten in de begroting van het wedstrijdtennis, dat is ontstaan doordat enige sponsors zich, ná het aangaan van afspraken met de spelers, hebben teruggetrokken, zullen er Melkhuisje truien worden verkocht.

Het huishoudelijk reglement dient te worden aangepast, omdat het instituut ballotage wordt vervangen door mentoren. De nieuwe commissie van het 35+ Dubbeltoernooi kondigt aan dat, ter geruststelling van de vergadering, het toernooi “zichzelf zal bedruipen”, hetgeen een enthousiast applaus tot gevolg heeft.

De barcommissie maakt melding van het feit dat er op de acht “zittingen” slechts 61 leden zijn geweest om hun bardiensten af te spreken en dat er dus nog meer dan 300 leden gebeld moeten worden voor het rooster gemaakt kan worden.

Eerst op 8 september 1999 wordt de genoemde extra Algemene Ledenvergadering gehouden die, bij afwezigheid van de voorzitter, door penningmeester Anneke Lazar wordt geleid. Commentaar is er in de vergadering op de afwezigheid van de voorzitter. De kascommissie, door omstandigheden ditmaal alleen vertegenwoordigd door Henk Snel, verklaart de jaarstukken 1998 te hebben gecontroleerd en in orde bevonden, met als gevolg dat de penningmeester alsnog gedéchargeerd wordt. De penningmeester deelt in de vergadering mee dat het bestuur in de najaarsvergadering bezuinigingsvoorstellen zal presenteren.

Naar aanleiding van de vergadering van 8 september schrijft Wim Roest het bestuur een uitgebreide brief, waarin hij stelt dat hij een en ander op papier zet, dat niet voor de ALV, maar meer als advies naar het bestuur bedoeld is. Hij maakt zich ernstig zorgen over de financiële situatie van de club. Hij stelt dat op zichzelf het hebben van een grote schuld geen onoverkomelijk probleem is, maar dat de club niet nóg verder achteruit moet gaan en dat de rente en aflossing uit de exploitatie gedekt dienen te worden, maar dat daarvan nu geen sprake is.

De voorzitter deelt tijdens de Algemene Ledenvergadering in het najaar 1999 mede dat de vergadering op de band zal worden opgenomen, ten behoeve van een goede verslaglegging. Hoewel toegezegd in de voorjaarsvergadering, is het muurtje er nog steeds niet; wél kunnen de aanwezigen in de pauze van de vergadering stenen t.b.v. dit muurtje kopen.

Na het beëindigen van het lopende seizoen wordt de relatie met RTT (Ron Timmermans Tennisschool) beëindigd, daardoor ook met de huidige trainer Erik-Jan Buiskool. Het bestuur heeft geen overeenstemming kunnen bereiken met RTT over de voorwaarden en de tariefstructuur. Ter vergadering wordt de nieuwe trainer van de club per volgend seizoen voorgesteld: Paul van der Knaap.

Hans Meier Mattern is nog steeds bezorgd over de financiën. Hiermee samenhangend waarschuwt hij dat het park dreigt te verpauperen en wijst op de staat van het hekwerk, lekkages in de bestuurskamer en de diverse lekkages in het clubhuis. De kascommissie, die de cijfers nu wél heeft kunnen beoordelen, deelt deze bezorgdheid. De penningmeester krijgt van de vergadering toestemming het grote verlies van de afgelopen jaren, waaraan zij zélf “part noch deel” had, in drie jaren af te boeken. Incassering van de contributies via acceptgirokaarten moet nog even worden uitgesteld, omdat dit tóch teveel zou gaan kosten en wij het geld voor andere, nóg belangrijker, zaken nodig hebben. Het muurtje blijkt tijdens deze ALV nog steeds niet gerealiseerd. Wel worden de namen genoemd van de mensen die, reeds lang geleden, hun tientjes hebben gestort en van hen, die wél hebben toegezegd te zullen betalen, maar dit nog steeds niet hebben gedaan. Het arbeidsloon, dat geschat wordt op zo’n slordige 5.000 gulden neemt Gerrit Wissink (en zijn bedrijf) voor zijn rekening. De aanwezige leden vragen zich af wanneer nu écht de officiële ingebruikneming kan plaatsvinden.

Het sponsorlidmaatschap zal worden ingevoerd. Leden met een eigen bedrijf kunnen de vereniging extra steunen door lid te worden van de vriendenclub van ‘t Melkhuisje, terwijl het voor hen zelf géén extra kosten meebrengt. Een dergelijk lidmaatschap wordt aangegaan voor een periode van minimaal 3 jaar. Bij één lid van de club betaalt men 750 gulden per jaar; gaat het om twee leden dan betaalt men 950 gulden per jaar. De bedrijven zullen worden vermeld op een “vriendenbord” dat in het clubhuis zal worden opgehangen en ontvangen eenmaal per jaar een uitnodiging voor een speciaal voor de “vriendenbedrijven” georganiseerd toernooi.

De diverse prestatiebekers worden uitgereikt. De Nienaberbeker (voor de beste resultaten in de zondagcompetitie) gaat naar Alexander Weening. De Herma Scholzebeker (voor de beste prestaties in de zaterdagcompetitie) is voor Pieter Pastor. De Jeugdbeker tenslotte, is bestemd voor Jochem Bruin, omdat hij gedurende het afgelopen tennisseizoen een voorbeeldfunctie heeft vervuld voor zijn leeftijdgenoten.